Enkele decennia voor de vorige eeuwwende tekende
zich onder de Nederlanders een verandering van houding jegens de Boeren
af. Eerst stonden de Boeren - de blanke, zuidelijk Afrikaanse
Nederlandstalige nakomelingen van 17de eeuwse Hollanders, Duitsers en
Franse Hugenoten - in Nederland bekend als enigszins verwilderde,
conservatieve ex-Nederlanders. Met het verslaan van de Engelse
militairen bij de Majubaberg in 1881, en de zegepralen in het begin van
de negentien jaar later door het Britse Rijk ontketende Boerenoorlog
wekt hun aanwezigheid aan de zuidelijke punt van Afrika bewondering op
en belichaamden de Transvalers alles wat de Nederlander in zichzelf wou
herkennen; moed, volharding en culturele, godsdienstige voornaamheid. De
Nederlanders waren in die tijd een nationalistisch volk en grote
staatslieden als Abraham Kuyper maakten er geen geheim van
heel-Nederlands te denken en de Boeren alle morele steun te geven die er
te geven was. Frappant was dat de Boerengemeenschap eveneens een periode
van toenemende trots en nationalisme doormaakte. Deze verhandeling
gaat over de roemruchte geschiedenis van de Boerenafrikaners in de
vorige eeuw, en in ‘t bijzonder over de mens Paul
Kruger.
Het Afrikaans
"Di vierkleur van ons
dierbaar land, Di waai weer o'er Transvaal; En wee di
Godvergeten hand, Wat dit neer wil haal! Waai hoog nou in
ons heldre lug, Transvaalse Vryheidsvlag! Ons vyande is
weggevlug, Nou blink ‘n blyer dag!"
De Vierkleur van
Transvaal
Het eerste couplet van een Transvaals Volkslied,
getiteld ‘Die Vierkleur van Transvaal’ geeft een idee van hoe men ten
tijde van het bestaan van de twee Boerenrepublieken Oranje Vrijstaat en
Zuid-Afrikaansche Republiek de eigen taal, het Afrikaans, schreef. Onder
invloed van de bekende Nederlandse spellinghervormer Kollewijn
veranderden de Afrikaners hun spelling in de Afrikaanse spelling die nog
steeds geldt. De Dietse talen waren zeer belangrijk voor de Boeren.
In de eerste plaats was het Nederlands de taal van dikwijls het enige
boek dat ze bezaten (de Statenbijbel) en in de tweede plaats was hun
moedertaal, het Afrikaans, de dagelijkse herinnering aan hun
geschiedenis en hun voornaamste manier om zich te onderscheiden van de
Engelse kolonisator. Het vroege Afrikaans is geheel spontaan ontstaan
uit de spraakverwarring die zich voordeed toen Hollandse dialectsprekers
aan de Kaap in contact kwamen met slaven, Franse Hugenoten en
Nederduitstaligen. De lingua franca daarbij ontstaan stelde mensen in
staat in een - zij het vereenvoudigd - Nederlands met elkaar te
communiceren, waarbij de nadien aan de Kaap geboren generatie
Nederlanders, Duitsers en Fransen dit gebroken ‘Aanleerdershollands’
overnamen van hun (gekleurde) kindermeisjes en vriendjes. Niemand had
niemand ook maar het verste voornemen een volk te vormen met eigen
kenmerken, dat uiteindelijk zou breken met de oorspronkelijk Nederlandse
taal om verder te gaan als - zoals we hen thans kennen - Afrikaners of
zelfs Boeren. Een interessante ontwikkeling. Het Hollands - hetzij als
Afrikaans, hetzij als Hooghollandsch - overleefde met het blijven van de
gewezen V.O.C.-ambtenaren en de inheemsen aan de Kaap en de wijde omtrek
daarvan. De geschiedenis van het Kaaps-Hollands (oude naam voor
Afrikaans) leert ons dus dat het ontstaan van de taal spontaan was, maar
dat de taal in de 19e eeuw geen spontaan en ongestoord verloop mocht
kennen. De ellende die het Afrikaans-zijn opriep door de confrontatie
met de Engelsen alleen al is een groot dieptepunt in de geschiedenis van
de Afrikaanstaligen.
De Grote Trek
Een onvergetelijke gebeurtenis was de zogeheten Grote
Trek; een massale migratie van Afrikaners vanuit de Kaapkolonie naar het
noorden die grote vormen aannam in 1838. Deze vele duizenden mensen
hadden al hun schepen achter zich verbrand, om zich daarna met
ossenwagens honderden kilometers ver in het woeste landschap te wagen
teneinde voor eens en voor altijd de vrijheid te vinden die hun
voorouders al hadden gezocht door als zogeheten Vrijburgers en vrije
boeren van de directe omgeving van Kaapstad weg te trekken. De
beginroutes van deze migratiestromen van de Grote Trek naar oorden als
de Transvaal, Natal en de Vrijstaat werden ontdekt en gelegd door
verkenners, daarna door de zgn. Voortrekkers (met in hun kielzog vele
honderden mensen) en uiteindelijk werd de Trek door duizenden mensen
ondernomen. De - ook Afrikaanstalige - gekleurde huishulpen en hun
families vergezelden de Boeren vaak op hun immense tocht met hun levende
have. Er waren echter ook vele huishulpen die de terugtocht
verkozen.
Belangrijke redenen voor de Boeren om hun Kaapse
vaderland te verlaten waren ruimtegebrek, onvrede met het Britse beleid
in de Kaapprovincie, verlangen naar het oude, volgens het Nederlandse
model van landdrosten en heemraden gevoerde landsysteem, het stichten
van een gemeenschap waar alleen christenen zouden leven en een
belangrijke reden was de talrijke veediefstallen door de zwarte Xhosa's.
Land werd schaars, de Boeren moesten aan de Britten veel belasting
betalen voor hun boerderijen, terwijl ze de volgende dag hun levenswerk
konden zien verdwijnen in de handen van de Xhosa. Steeds meer
Xhosa's drongen ook vanuit het noorden de oostelijke Kaapprovincie
binnen, op de vlucht voor de gevolgen van de Mfecane die zich in
het oosten en noordoosten van Zuid-Afrika voordeed. Mfecane was een
proces van verdrijving en genocide ten gunste van nieuwere inheemse
koninkrijken. Door de mondelinge informatiecultuur van de Bantoes is het
moeilijk dit goed te beschrijven, maar historici gaan ervan uit dat deze
gebeurtenissen voor Afrikaanse begrippen net zo ingrijpend waren als
voor de Westerse wereld de holocaust was.
Expansie van het
Nederlands
De betekenis die de hachelijke onderneming der
Voortrekkers voor het Nederlands heeft gehad is tegenwoordig goed zien;
de Afrikaners en Kleurlingen van de provincies voorbij de Oranjerivier
zijn voor het grootste deel Afrikaanstalig en heden ten dage heeft elke
familie thuis nog wel een oude Bijbel in het Nederlands, of beter nog,
Hooghollandsch; een boek dat in de voorkist van de ossenwagens mee was
gevoerd. Deze vrijheidszoekers hebben het Afrikaans en het Nederlands
honderden kilometers verder verspreid, en de te stichten nederzettingen
kregen bijkans allemaal Nederlandse namen. Tot in Angola kwamen de
boerenwagens (om later uit te wijken naar Namibië); nu nog hebben de
nakomelingen van die families steevast het Afrikaans als taal. De
primitief ogende ossenwagen met witte huif had het zuidelijk Afrikaanse
land voor de Nederlands-Kaapse beschaving ontsloten. Voor vele jaren was
die ossenwagen het enige vervoer en het enige onderdak. Men bad, sliep,
las en reisde erin.
Paul Krugers jeugd
Een Afrikanerjongen, wiens achternaam met zijn
voorouders uit het achttiende-eeuwse Duitsland naar de Kaap was gekomen,
woonde met zijn ouders, broeders en zusters op een boerderij in het
plaatsje Colesberg in het uitgestrekte, oostelijke gewest van de
door de Britten beheerste Kaapkolonie. Dit gezin was een goed voorbeeld
van de Boerenfamilie die allang niet meer in het gebied van de
Moederstad Kaapstad leefde maar, op zoek naar meer weidegronden en
vrijheid langzamerhand de oostelijke en noordelijke grenzen van de
Kaapkolonie hadden bereikt.
Thans de Provinsie
Noordkaap, met rechtsonder Colesberg.
En de Provinsie Ooskaap
waar ook veel Grensboeren leefden; met Grahamstown/Grahamstad, waar
Piet Retief van wegtrok en zijn befaamde lijst van redenen
voor de Grote Trek liet publiceren (in de Grahamstown
Journal).
Boerenfamilies waren dikwijls zeer kinderrijk. De hele
Kaapkolonie was buiten de stad om bevolkt door hier en daar
Afrikanerfamilies die een aanzienlijke levende have bezaten. Als bij een
herder werden deze clan-achtige sibbegemeenschappen bijeengehouden en
beheerd door de oudste man, de stamhouder van de familie; de Boeren
vormden een door patriarchen geleide, individualistische samenleving.
Dat gold ook voor de leefomgeving van deze jongen; hij was het derde
kind van Caspar Jan Hendrik Kruger en zijn echtgenote Eliza Steijn,
dochter van Douw Steijn van de boerderij Balhoek, hij zag het
levenslicht op 10 oktober 1825. Op negenjarige leeftijd verliet hij met
zijn familie (ook zijn ooms Gert en Theunis Kruger) de boerderij op
Colesberg. Zijn naam was Stefanus Johannes Paulus Kruger; een
oude vrouw had zijn moeder voorspeld dat Paul hoog in de wereld zou
stijgen.
In zijn Paul Kruger’s Gedenkschriften uit
1902 schrijft deze persoon dat hij te jong was om zich in te laten met
de beweegredenen van zijn ouders om weg te trekken, maar iedereen deed
het en "de Engelschen hadden eerst hun (= van de Boeren-MRB)
slaven verkocht en, toen zij het geld er voor ontvangen hadden, de
slaven weder hadden vrijgemaakt. Er zou schadevergoeding worden gegeven,
doch die moest in Engeland worden uitbetaald en daar persoonlijk door
een agent in ontvangst moeten worden genomen. De kosten, die aan deze
wijze van uitbetaling waren verbonden, waren vaak hooger dan het
kapitaal en daarom zagen velen liever van hun toekomende bedrag af, dan
dat zij er de moeite en ergernis van wilden hebben. Zij wilden echter
ook niet meer onder zulk een onrechtvaardig bestuur wonen. Hierbij kwam
nog, dat de Kaffers herhaaldelijk in de Kolonie vielen en het vee van de
Boeren wegnamen, dan kwamen de Engelsche generaals en verklaarden al het
vee tot oorlogsbuit, waarvan de Engelsche regeering dan eerst haar
oorlogskosten moest aftrekken, waarna het overige aan de vroegere
eigenaren - die, nota bene, zelf meegevochten hadden om het geroofde
terug te brengen - ter verdeeling werd gegeven. De ontevredenheid over
deze onrechtvaardige handelswijze was des te grooter, omdat elk kind van
jongs af van zijn ouders een paar schapen, ossen of paarden in
persoonlijk eigendom kreeg, waarvoor het dan met bijzondere
oplettendheid zorgde en waaraan het met heel zijn hart hing. Onder de
geroofde dieren was natuurlijk ook het eigendom van de kinderen, en het
verwekte veel verbittering, dat het geschenk, dat door het oude gebruik
hoogere waarde had, op zoo onwettige wijze werd weggenomen,en tot
dekking der oorlogskosten werd gebezigd." De Zesde Grensoorlog en
de Xhosa-invasie van 1834 deed de spreekwoordelijke emmer bij de Boeren
overlopen; ze moesten ook nog belasting betalen aan het Britse Rijk maar
waren tegelijkertijd overgeleverd aan veedieven die hun levenswerk
teniet konden doen. Bovendien was er behoefte aan een bestuur dat nader
aan het eigen volk stond; de ten tijde van 150-jarige Nederlandse
heerschappij ontstane bestuursstructuur van heemraden en landdrosten
genoot bij de Boeren voorkeur, maar die was nu afgeschaft. De Britten
wilden de Kaap niet alleen in naam maar ook in wezen Engels maken. Het
Hollands moest plaats maken voor het Engels. Schotse predikanten en
onderwijzers zijn er zelfs ingevoerd, ofschoon er volop predikanten en
onderwijzers uit het Brits-bevriende (sic) Nederland beschikbaar waren.
Daarenboven zijn er in 1820 zo’n 5000 arme Britse Setlaars (=
‘Settlers’) ingevoerd voor de verdere verengelsing, zoals ook in Canada
gebruikelijk was. Zij werden door de Gouverneur, Lord Somerset
opgeroepen zich vooral Engels te blijven gedragen en te voelen. Deze
tactiek van verengelsing bleek echter achteraf niet zo goed te werken
als in, bijvoorbeeld, Canada. Verloedering en armoede teisterden de
Setlaars en weinig mensen in Groot-Brittannië hadden nog trek om de
Britse volksstam in de Kaapkolonie te versterken.
Hendrik
Potgieter
Eerst vertrok Pauls familie zonder duidelijke leiding.
Pas een jaar later, in 1836, toen ze hun lager bij de Caledonrivier
hadden, voegden de families zich bij de later roemruchte voortrekker
Hendrik Potgieter. Een volksvergadering moest eenheid binnen de groep
trekkers scheppen en gekozen werd voor Potgieter als commandant en "Gods
woord als richtsnoer". De grondslagen voor de nieuwe toekomst van een
nog embryonische Afrikanernatie zijn gelegd. Hierop trok de factie van
Potgieter met de Krugers naar de Vetrivier, de gehele Vrijstaat door,
zonder iets van de Afrikaanse stammen aldaar te vernemen. De gronden
tussen de Vet- en Vaalrivier werden door het daar regerende stamhoofd
tegen ossen, koeien, enz. geruild. Ook de Voortrekkers die aan de
andere kant van de oostelijk gelegen, immense Drakensbergen waren
gearriveerd, vonden vrijwel onbewoond land; de grazige heuvels van
Natal. Later bleek dat die onbewoondheid een nasleep was van de eerder
genoemde Mfecane; alras bevolkten ook de Zoeloestammen de Natal
en weken de daar gevestigde Boeren liever uit naar het gebied aan de
westelijke kant van de bergen; weer terug, in Transvaal, ook doordat de
Britten deze Republiek Natal annexeerden om interventie vanuit een door
een vijandige Europese staat beheerste kolonie te voorkomen. Daarenboven
was de inmiddels aangelegde haven van Port Natal een strategisch
belangrijke post voor de Britten.
Moselikatse en
Dingaan
Maar we lopen op de zaken vooruit. Het gebied aan
gene zijde der Oranjerivier werd bestierd door het schrikbewind van twee
grootmachten; de rijken van de Zoeloehoofden Moselikatse en
Dingaan. Bij de Vaalrivier werden de eerste voortrekkers, de
‘Liebenbergs’, aangevallen door de manschappen van deze Zoeloekapitein
Moselikatse, in het Afrikaans ook Silkaats genoemd. Silkaats’
Zoeloevolk heette Matabele, tegenwoordig meer bekend als
Ndebele. Silkaats behandelde zijn volk zeer slecht en noemde het
ook honden, zo zegt Paul Kruger. De Matabeles hadden de
Liebenbergvoortrekkers vermoord en hun vee buitgemaakt. Veertien dagen
later kwamen de Matabeles in groten getale terug en vielen de trekkers
aan bij Vechtkop/Vegkop (in de Oranje Vrijstaat). Hier had echter een
andere pionier en zijn gevolg, Sarel Cilliers, een sterk wagenlager
aangetrokken en met zijn 33 man sloeg hij de aanvallen der Matabeles af,
waarbij deze stam ernstige verliezen leed. De mensen van Potgieter
vergolden de aanvallen door bij Zeerust de macht van Silkaats te breken.
Zijn stad Mosega was vernietigd en de Boeren konden hun vee en de
eigendommen van hun vermoorde familieleden terugnemen. Een finale slag
werd de Matabeles in november 1837 toegebracht toen Potgieter met Uys
deze stam voor altijd over de rivier de Limpopo had gejaagd, een gebied
dat thans onder Zimbabwe valt en Matabeleland wordt genoemd en waar de
Matabele/Ndebele uitblinken in decoratieve schilderkunst.
Een Matabele-meisje met
traditionele versierselen (Olieverfschilderij van Carole
Segal)
Deze gebeurtenissen moeten een onuitwisbare indruk op
de jonge Paul Kruger hebben nagelaten, maar een herhaling van de Mfecane
voor de Matabeles betekend hebben. In Natal kwamen de Afrikaners ook
in een strijd terecht. Dingaan en zijn volk vermoordden daar Piet
Retief en zijn volgelingen vroeg in de ochtend, juist nadat er een
overeenkomst tussen beide partijen was gesloten waarin o.m. stond dat
Dingaan de Boeren ongemoeid zou laten. Dingaan en zijn volk dachten dat
de voortrekkers kwaadaardige tovenaars waren; Dingaan riep zijn volk
vlak voor de belegering van de lagers van Retief aldus op: "Dood aan de
tovenaars!". 1838 bracht de Natalboeren veel ellende. Het was eerst
tegen het einde van dat jaar, nadat versterkingen uit de oude Kolonie
waren opgedaagd, dat de Boeren een offensief tegen Dingaan waagden. De
geniale voortrekker Andries Pretorius heeft toen op 16 december 1838 de
historische 'Slag by Bloedrivier' geleid. Mede door verdeeldheid
binnen het Zoeloerijk kon Dingaan op de knieën worden gedwongen. De
Boeren hadden vuurwapens en wisten de belagers te verslaan door hun
strategisch inzicht en hun systeem van laers (<
Lagers/Laagers; ossenwagens in een kring, rond Boerengezinnen die
tussen de wagens hun dorpje hadden gecreëerd, en waar ze in deze
gevallen door voor mensen ondoordringbare doornenstruiken kogels op de
aanstormende vijand vuurden). Een ervaring die ook Kruger vaak had
moeten meemaken, en waarvan hij vele jaren later vaak aan het nageslacht
getuigenis heeft afgelegd. De slachting onder dit 10-12.000 tellende
Zoeloeleger door de veilig achter hun wagens verschanste Boeren was zo
immens dat de rivier rood kleurde van het bloed, vandaar de nieuwe naam
van de rivier. De 'Slag by Bloedrivier' (en het verjagen van Silkaats)
heeft niet alleen de Zoeloes een zware slag toegebracht (de Zoeloemacht
was echter niet gebroken), maar het heeft ook de ondergedoken, in onmin
geraakte stamhoofden en hun stammen een relatieve vrijheid
geschonken.
Monument ter herdenking van de Slag by
Bloedrivier
Nog ingrijpender echter, is de
psychologische nawerking van de zege bij de Afrikaners. De overwinning
werd uitgelegd met een eigenaardige, theologische, haast mozaïsche,
verklaring. De Boeren hadden elkaar voordat de strijd begon verkondigd
dat, indien zij Gods uitverkoren volk zijn, Hij hun de overwinning zou
schenken. De overwinning kwam en zo beseften de Boeren de bijzondere
betekenis die ze voor God hadden. Zij legden een gelofte af waarin zij
beloofden dat vanaf die dag het Boerenvolk elk jaar Geloftedag zal
vieren (sinds het ANC aan de macht is is dit de 'Versoeningsdag'). God
had hen uitverkoren om het Afrikaanse beloofde land in te trekken en
daar een natie van godsvruchtige mensen te planten. Deze teleologische
overtuiging en het systeem van lagers optrekken tegen vijandelijke
groepen heeft daarna generaties lang opgeld gedaan. De Afrikaner aard is
voor een groot deel gevormd door deze gebeurtenissen. Dat heeft van hen
een trots, vitaal volk met grootse plannen gemaakt, maar het heeft later
ook voor ellende gezorgd bij de mensen die niet tot dat volk behoorden.
De behoefte aan zelfverdediging en het zich afschermen vond misschien
wel zijn groteske hoogtepunt bij de toepassing van de wetten die de
apartheidsfilosofie moesten realiseren. Iets wat tot in 1993 heeft
geduurd.
De Republieken
Na de overwinningen waren er in deze volgorde drie
Voortrekkersteden gesticht; Winburg, Potchefstroom (naar
Potgieter vernoemd) en Pietermaritzburg. Paul Kruger had zich
inmiddels in het gebied van de Pilansberge gevestigd; een
prachtig, aride gebied vlakbij het mooie Transvaalse stadje Rustenburg
dat nu bekend staat om zijn sinaasappelplantages en - natuurlijk -
Krugers voorliefde voor de gemeente. Al gauw werden er - na veel
gekibbel tussen voortrekkerleiders en hun achterban - Volksraden
gesticht die over de definitieve vestiging van de Boeren beslisten. De
Boerenstaat-in-de-dop was geschapen. Potchefstroom werd hoofdstad van
Transvaal, Pietermaritzburg van Natal, terwijl de
Oranje Vrijstaat ook was opgericht (later zou Pretoria de
hoofdstad van Zuid-Afrika worden). De Republiek Natal was echter een
heel kort leven beschoren en de Boeren daar trokken, zoals eerder
gezegd, de Transvaal in, het Hoëveld op, rond Potchefstroom. De Britten
lieten de Afrikaners vooralsnog ongemoeid omdat er geen belang was bij
het beheersen van deze veelal dorre grasvelden met hun stugge Boeren.
Behalve vee hadden de Afrikaners weinig kapitaal. Geld circuleerde
weinig en er vond eerder ruilhandel plaats. De opeenvolgende presidenten
van de Zuid-Afrikaansche Republiek wisten hun republiek bijeen te houden
en aanzien op te bouwen in het buitenland. De Boeren werden zich steeds
meer bewust van hun identiteit als volk.
Onderdelen van de voormalige
Zuid-Afrikaansche Republiek:
Noord-Transvaal.
En de Rand met de goudmijnen
en Oost-Transvaal.
De Volksaard van de
Boeren
De Vrijstaatse, Transvaalse en Kaapse Afrikaners waren
zich aanvankelijk onvoldoende bewust van hun volkskundige eenheid en
bijzonderheid. Jawel, taal en religie waren erg belangrijk en op het
meer etnische vlak wist men zich wel anders dan de zwarte volkeren die
zij tegenkwamen. Enige eenheid was dan ook wel te bespeuren en wel in de
behoefte vrij te zijn van het Engelse gezag, waarvan akte; de twee
Boerenrepublieken hebben de tweede helft van negentiende eeuw de
wereldkaarten gesierd! Maar het feit alleen al dat er twee Boerenstaten
moesten bestaan (en niet één, zoals mensen als Christiaan de Wet
betreurden) en dat verschillende facties bleven bestaan (vaak op
religieuze grond of vanwege de Voortrekker waarbij men had gehoord) doet
vermoeden dat natievorming veel tijd moest kosten. Immers, men was in
de Kaapkolonie gewend voor zichzelf te werken (met behulp van de slaven
natuurlijk). Reeds daar heerste er generaties lang een cultuur waar de
patriarch, de oude vader als hoofd van de familie, de familie leidde.
Elke zichzelf bedruipende familie bezat land, was zeer onafhankelijk en
zo leefde het Afrikanervolk nu ook in de Boerenstaten kalm voort. De
Boeren waren veelal individuele landeigenaars en wensten dat te blijven,
ook in de Republieken. Het lekkerlewe leek gewaarborgd. Een eigen
Republiek! Geen veedieven, een herstel van de situatie zoals die onder
de Hollanders was ontstaan, volkseigen, gereformeerd onderwijs; de eigen
taal (het Hollands) weer officieel, en er werd een ideaal leven geleid
waarbij de hulp van Kleurlingen als huis- en landbedienden onontbeerlijk
was.
De voormalige Republiek
Oranje-Vrijstaat
Natievorming en Britse
erkenning
Paul Kruger had aanzien opgebouwd onder de Boeren als
landbouwer en bij de veelvuldige zgn. Kafferoorlogen zijn naam
gemaakt als strateeg. Reeds in het jaar 1842 was Kruger
Onder-Veldkornet, maar in het jaar 1852 trad hij voor het eerst op in
een gewichtige positie. Hij vergezelde in dat jaar, als Veldkornet, de
oude Commandant-Generaal AWJ Pretorius naar de Zandrivier, om er het
welbekende Zandrivier-Traktaat te sluiten, waarna hij als
Commandant-Generaal werd aangesteld. Kruger was een diepgelovig
nationalist. Hij zag het tot stand komen van een samenleving waar de
Boeren zelfbeschikking hebben als het hoogste goed. De Trekker was weer
Boer geworden en diende zijn draai te vinden. De Trekker was een
overgangsstadium; een noodtoestand; de Boer moest de vrucht zijn van
alle inspanningen voor de totstandkoming van een nieuw
menstype. Kruger werd uiteindelijk verkozen tot president van de
Transvaal, officieel genoemd ‘Zuid-Afrikaansche Republiek’
(Z.A.R.). De meeste Boerenfacties en -districten waren sterk
republikeins en er was wat dat betreft nog meer eenheid ontstaan in de
Z.A.R. dan eerst. Het hierboven genoemde Zandrivier-Traktaat en de
Bloemfonteinse Conventie (1854) hebben de ruimte vrij gemaakt voor de
oprichting van Transvaal en Oranje Vrijstaat als republieken, de Britten
erkenden de onafhankelijkheid van de staten en de Grote Trek werd nu
afgesloten. Reeds in 1844 zag de eerste Transvaalse Grondwet, de
zogenaamde Drie-en-dertig Artikels het licht. Krijgsraden maakten plaats
voor de Volksraad en opeenvolgend aanvaardden de districten in de
Transvaal deze Grondwet. In 1860 vond de eerste vergadering plaats in de
nieuwe hoofdstad Pretoria. In 1854 had de Oranje Vrijstaat
reeds zijn Republikeinse Grondwet ontvangen.
Volk en
Staat
Aangezien grondwetten niet zomaar uit de lucht komen
vallen en ingevoerde grondwetten zonder meer nooit succes hebben, heeft
de grondwetgeving hoge eisen aan de vindingrijkheid van de Boeren
gesteld. Omdat er onder de Boeren geen standen en klassen waren (Europa
kende bijvoorbeeld landadel), maar iedereen tot dezelfde
maatschappelijke stand behoorde, iedereen veeboeren en landbouwers was,
zonder een noemenswaardige kloof tussen rijk en arm, iedereen tot
hetzelfde volk behoorde, dezelfde taal praatte en dezelfde
Calvinistische vorm van Protestantisme beleed, kon de staatsvorm alleen
de republikeinse staatsvorm zijn, gebaseerd op volkssoevereiniteit. Het
is dan ook opmerkelijk hoe dikwijls de woorden ‘het volk’ vooral in de
Transvaalse grondwet voorkomen. Behalve de beklemtoning van het volk als
bron van alle macht, maken de grondwetten ook behoorlijke voorziening
voor de machtsverdeling onder de drie grote regeringsmachten zoals
volksraad, uitvoerende raad en rechterlijke macht.
President Paul Kruger
Opmerkelijk is de voorziening die er in beide
grondwetten is gemaakt voor een sterk uitvoerende raad. Aan het hoofd
van de uitvoerende raad stond uiteindelijk de president, Paul Kruger,
die door de stemgerechtigde burgers voor een ambtstijd van vijf jaar
gekozen is. Hij is een verkozen volksleider die zelfs tegenover een
volksraad ("het hoogste gezag des lands") een sterke houding kan
aannemen. Hij is ook "de eerste of hoogste ambtenaar van den
staat", aan wie alle andere ambtenaren, uitgezonderd de rechters,
ondergeschikt is; hij doet de aanstellingen in de staatsdienst,
onderworpen aan latere bekrachtiging door de volksraad, bereidt
wetsontwerpen en belastingvoorstellen voor, woont de zittingen van de
volksraad bij en treedt in het algemeen als verantwoordelijk staatshoofd
op. De ondergang van Natal had de Z.A.R. en de Vrijstaat bij de
vorming van hun grondwetten geleerd dat versterking van de uitvoerende
macht nodig was. De grondwetten kwamen tot stand met behulp van de
Nederlanders Jacobus Stuart en J. Groenendaal, daarbij sterk
geïnspireerd door de grondwetten van de Verenigde Staten, Frankrijk
(1848) en Nederland. Helaas konden de republieken niet veel steun
verwachten van het merendeel der Afrikaners. Dat deel woonde immers nog
in de Oude kolonie en was aan verengelsing onderhevig. Thans pleegt men
in Zuid-Afrika helaas nog steeds het onderscheid tussen deze gebleven
Afrikaners en de weggetrokken Boeren te benadrukken wat - tegenwoordig -
uiteraard funest is voor het overleven van de Afrikaners als culturele
groep. Afrikaners en Boeren zijn hetzelfde volk; het zijn allemaal
Afrikaners.
Vadertje des Vaderlands
Tot slot ga ik in op de persoon van de president
Kruger, die de hoogtepunten van de Boerenrepublieken heeft meegemaakt en
de Transvaal in die tijd heeft mogen leiden. Kruger leidde de
Transvaal in roerige tijden want er was goud ontdekt in de Transvaal en
de staatskas werd daar goed door gevuld, waardoor de Engelsen meer dan
geïnteresseerd waren geraakt in de Republiek. Met zijn slobberige zwarte
pak en zijn enorme pijp personifieerde de oude Paul Kruger volledig de
Republikeinse voorstelling van de landelijke Boer uit het
‘Backveld’. Voor de Britten, speciaal voor de keurige heren
Alfred Milner (gouverneur der Kaapkolonie, tevens Afrikanerhater) en
Joseph Chamberlain (minister van Koloniën), was Kruger een "onwetende,
vieze, sluwe, oude man", maar beide criticasters onderschatten Krugers
complexiteit en onvolprezen politieke inzicht. In 1877, het jaar dat
Groot-Brittannië Transvaal annexeerde, profileerde hij zich als de
nationale voorvechter van de Boeren en werd hij tweemaal naar Londen
gestuurd om te proberen de Britten over te halen hun politiek niet door
de zetten. Zijn prestige nam geweldig toe door de Eerste
Vrijheidsstrijd (Eerste Boerenoorlog), niet zozeer door de
overwinning bij Majuba als wel door zijn bekwame onderhandelingen met
Gladstone. In 1883 werd hij dan gekozen tot president van de Z.A.R.,
een ambt dat hij vier termijnen zou behouden. De mengeling van dierlijke
kracht en menselijke slimheid, gepaard met zelfverzekerdheid en
vertrouwen in God, dat alles maakte Paul Kruger tot een krachtige
persoonlijkheid, maar zowel de Afrikaners als de Britten vonden hem wel
eens koppig en eigenmachtig. Hij beschikte over een eindeloos geduld en
een gave om compromissen te sluiten. Hij was verworden tot een ‘vadertje
des vaderlands’. Men placht hem liefkozend 'Oom Paul' te
noemen.
Een tevergeefse onderhandeling
met de Britten; President Krugers trein komt aan voor de Bloemfonteinse
Conferentie
De Tweede Vrijheidsstryd; Boeren krijgsgevangenen
in een Brits concentratiekamp
Om deze persoonlijke kwalificatie te illustreren:
schrijver dezes heeft het woonhuis van Kruger in Pretoria bezocht en men
moet zich dan voorstellen, dat de president dagelijks op zijn veranda
van zijn houten Victoriaanse huis in het nog dorpse Pretoria zit terwijl
de burgers voorbijlopen en hun president groeten. Mensen die de
president wilden spreken konden dat; Kruger wou dat hij op zijn veranda
(‘stoep’ in het Afrikaans) voor de burgers bereikbaar was. Koffie
drinkend konden de burgers hun beklag bij hem doen.
Langzamerhand
nam echter het Krugerisme in populariteit af en corruptie onder
leidinggevenden nam toe vanwege de grote winsten die te behalen vielen
bij de gouddelving. Toen de Britten echter in 1895 van plan waren om op
uiterst lompe wijze het parlementsgebouw binnen te vallen om de macht
over te nemen (de zgn. Jameson-inval), verijdelde Kruger hun oorlogsdaad
door op tijd te reageren. Op 31 december 1895 stonden generaal Piet
Cronjé en zijn manschappen bij Doornkop de vanuit Betsjoeanaland
opgerukte muiters van dr. Leander Jameson op te wachten. De Boeren
versloegen daar Jameson en zijn kornuiten na een verbeten strijd.
Hoffelijk, doch zich terdege bewust van het verpletterende gevoel van
vernedering dat zich van Jameson en zijn mannen had meester gemaakt,
stuurde Kruger hen op de boot, terug naar Engeland, waar Jameson
veroordeeld werd tot 15 jaar gevangenisstraf. Daar werd hij echter na
enkele maanden vrijgelaten. De Britten zagen hem toch als een held, maar
de vernedering was een feit. Het was, na de slag op de Majoebaberg, het
tweede wapenfeit van het beledigde Empire vs. de trotse Boeren.
Krugers populariteit nam vanaf dat moment toe. Dit was echter slechts
een voorbode voor de verschrikkelijke Tweede Vrijheidsstrijd, oftewel de
Tweede Boerenoorlog van 1899 t/m 1902.
De Tweede Vrijheidsstrijd; een originele,
ingekleurde foto van een Boerencommando op het
veld.
Het hebben van een zulk een vijand heeft het
Afrikanernationalisme vanaf dat moment nog veel vuriger gemaakt en tot
ver in de 20ste eeuw heeft dat zijn sporen nagelaten in de
Boerenbevolking. Kruger was tijdens de Boerenoorlog hoogst ongewenst bij
de Engelsen en als machteloze daad liet de 18-jarige Nederlandse
Koningin Wilhelmina het schip De Gelderland naar Zuid-Afrika
sturen om Kruger naar Europa te brengen. De Nederlanders hadden zich zo
enigszins van hun verantwoordelijkheid als broedervolk gekweten. Het
schip arriveerde in de haven van Marseille. In Nederland wachtte de
verdrietige man een uitzinnig onthaal. Hij logeerde o.m. in Hotel des
Indes in ‘s-Gravenhage en in Parijs werd hij met alle egards omgeven
en bejubeld in de straten, op bordessen, met president Loubet van
Frankrijk, zoals het een ware president betaamt. Hij stierf uitgeput
doch hoopvol in Clarens, Zwitserland, in juli 1904 nadat hij zijn volk
een bemoedigende, ontroerende laatste boodschap had geschreven. Dit volk
was gebroken maar liet niet lang op zich wachten voordat het weer
politiek actief werd, ditmaal met nog veel meer vuur en daadkracht; een
geestdrift die dit verbitterde volk de volgende, 20ste eeuw als een
Feniks uit zijn as deed herrijzen en uiteindelijk de macht deed
verkrijgen over zowel de Republieken als de Kaapkolonie en de Natal;
kortom, wat we nu kennen als de staat Zuid-Afrika.
De jonge Koningin Wilhelmina
ontvangt banneling President Kruger
Paul Krugers naam siert nu vele straten in Nederland en
Frankrijk. Het is werkelijk hartverwarmend en tegelijkertijd bedroevend
om tijdens een bezoek aan het woonhuis van Kruger te zien hoe veel
bijvalsbetuigingen de internationale gemeenschap de oude president
stuurde en hoe ver de Boerenstaat eigenlijk was in zijn ontwikkeling.
Wie had ooit kunnen denken dat de zich langzaam uitzwermende,
Hollandstalige boeren van de Kaapkolonie zo veel zouden
bereiken...
Literatuurlijst:
A History of South Africa, Leonard Thompson; 1995 Yale University
Press, New Haven. Herziene uitgave.
Kultuurgeskiedenis van die Afrikaner, Prof. dr C.M. van den Heever
(red.); 1945, Nasionale Pers Beperk, Kaapstad.
De Boeren-Republieken in Zuid-Afrika, J. Klok; 1901, Joh. De
Liefde, Utrecht.
Die Buren, Erik Holm; 1942, Deutscher Verlag, Berlijn.
Paul Kruger’s Gedenkschriften, gedicteerd aan H.C. Bredell en Piet
Grobler, 1902, J. Funke, Amsterdam.
Geïllustreerde Geschiedenis van Zuid-Afrika, Anthony Preston;
1995, Bison Books, Londen.
Dit artikel is ook verschenen in het Zuid-Afrika Themanummer
van het landelijk studentenblad Weerwoord.
M.R. Bas Voorschoten, woensdag 31 mei 2000
Wilt U reageren? U kunt De Roepstem een e-mail
sturen: