DE ROEPSTEM - DIE ROEPSTEM
Suid-Afrika en NamibiëVlaanderenNederland en de Nederlandse AntillenSuriname

Na die Hoofbladsy van Die Roepstem

Naar Thuisbladzijde








Ter verdediging van Zwarte Piet

Een volkskundige(r) benadering van de knecht van Sinterklaas


    Door Marcel Bas




Inhoud

Inleiding

Tegenstand vanuit de kunstwereld

Tegenstand vanuit de maatschappij

Rassenreductionisme en onverteerde slavernij

Zwarte Piet is veel méér dan Zwarte Piet

Sinterklaas, Klaas, Kleeschen, Perchta, Krampus

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn zonneherauten

Wodan en de Wilde Jacht

Zwarte Piet eruitgelicht

Demonisering en ´Blackface´

Opnieuw en onbeschaamd genieten van
Zwarte Piet


Geraadpleegde bronnen




Zwarte Piet

Zwarte Piet


Elk jaar, vanaf medio november tot 6 december, horen we geluiden die gericht zijn tegen het aloude gebruik van de figuur van Zwarte Piet in de Sinterklaasviering. Zwarte Piet zou een racistische weergave van de negroïde medemens zijn, volgens de tegenstanders. De zwarte kindervriend zou blanke kinderen leren dat zijn zwarte huidskleur synoniem is aan koddigheid, domheid en onderschikking. Vroeger - vooral vóór de Tweede Wereldoorlog - was Zwarte Piet helemaal geen kindervriend. Zwarte Piet was de angstaanjagende knecht van Sinterklaas, die stoute kinderen in elk geval in theorie met de roe kon slaan, of hen in de zak mee naar Spanje zou nemen. Zwarte Piet is inmiddels niet meer de knecht die kinderen angst inboezemt; antidiscriminatiebureaus zouden er een extra raison d'être aan kunnen ontlenen. Misschien is de huidige verschijning van Zwarte Piet wel in het nabije verleden geboren uit onze vroege kennismakingen met mensen van het zwarte ras. We moeten echter beseffen, dat Zwarte Piet veel ouder is en veel meer is dan de negroïde knecht van een bisschop. Zwarte Piet is hoogstwaarschijnlijk, oorspronkelijk, een zwarte figuur uit de tijd dat ons volk nog nooit zwarte mensen had gezien.


Tegenstand vanuit de kunstwereld

Zwarte Piet heeft een paar tegenstanders. Zo kan ik me het herhaaldelijk misbaar van de uit Suriname afkomstige actrice Gerda Havertong goed voor de geest halen. Reeds in de vroege jaren negentig riep ze - als de media haar daartoe de kans gaven - de Nederlanders op dit 'racistische, achterlijke en belachelijke' gebruik af te zweren. Zwarte Piet zou kwetsend zijn voor donkere mensen.

Gerda Havertong is een bekende artieste. In het vanaf de jaren tachtig toenemend multiculturele kinderprogramma Sesamstraat heeft Havertong, vaak gekleed in haar traditioneel Creoolse Kotomisikostuums, een hele generatie jonge Nederlanders via de beeldbuis getrakteerd op kleurrijke Surinaamse, traditionele cultuuruitingen zoals de fabels van de mythische spin Anansi, items over Surinaamse traditionele gerechten, traditionele Surinaamse
Gerda
Havertong

Gerda Havertong in een moderne versie van traditioneel Surinaamse dracht

gastvrijheid, traditionele Surinaamse liedjes en dit alles natuurlijk in het bijzondere Surinaams-Nederlands accent. Maar Zwarte Piet is een probleem.

Hier wringt iets: we zien dat tradities binnen de eigen etnische minderheidsgroep gekoesterd worden, maar de autochtoon Nederlandse meerderheid moet een oude traditie inleveren, teneinde haar internationale galop vanuit de premoderne samenleving naar de multiculturele samenleving niet te kniehalsteren. En natuurlijk moet Zwarte Piet wijken om het handjevol beledigde mensen niet voor het hoofd te stoten. Het is een inconsequente gedachtengang.

Ook de van Ghanese herkomst zijnde Akwasi, rapper van de groep Zwart Licht, maakt zich elk jaar druk om Zwarte Piet. Vroeger vond hij de hele figuur van Zwarte Piet abject, maar sinds hij in 2011 zelf Zwarte Piet heeft gespeeld, wil hij Zwarte Piet laten aanpassen. Akwasi heeft van Zwarte Piet genoten toen hij de blijdschap in de ogen van de kindertjes zag, terwijl hij hun lekkers uitdeelde. Hieraan heeft Akwasi in weekblad Nieuwe Revu van woensdag 23 november 2011 een artikel gewijd, en er voorstellen tot modernisering van Zwarte Piet gedaan. Naar aanleiding hiervan nam het radioprogramma Nu al Wakker Nederland van omroep WNL met hem een interview af, waarin hij Nederlanders - ongeacht hun kleur - opriep tot het aangaan van de discussie over Piet.

Hij wil geen zwartgeschminkte Zwarte Pieten meer. Wat wel zou moeten, zijn enkele zwarte vegen op het gezicht. Zoals een schoorsteenveger. "Maak van Zwarte Piet die schoorsteenveger", aldus Akwasi. Zo kunnen Zwarte Pieten ook door Marokkaanse, Chinese, Europese en van zichzelf zwarte mensen worden uitgebeeld, maar gewoon "zonder die schmink, zonder gouden oorringen, zonder die dikke, rode lippen, zonder kroeshaar", zegt hij, en al helemaal "zonder dat Surinaamse accent" (sommige Pieten plegen dat inderdaad, vreemd genoeg, te doen).
Akwasi: "Ik was dit jaar zo blij dat ik voor het eerst in mijn leven een als Zwarte Piet verkleed meisje zag met maar een paar zwarte vegen op het gezicht." En: "De Kerstman is toch ook niet helemaal zwart van roet? Hij komt toch ook door de schoorsteen?"
Maar is zwarte Piet wel zwart van roet? Daarover later meer.

Verder zei Akwasi: "Zwarte Piet is in principe een figuur uit de slaventijd, en past dus niet meer in deze tijd. Ik zou het erg vinden als we ook in 2012, 2013 Zwarte Piet nog steeds zo zouden laten rondlopen." Cursief is van mij.
(WNL, 23 november 2011)

Ik besteed veel aandacht aan Akwasi's woorden over de raciale en historische achtergrond van Zwarte Piet, omdat hij datgene verwoordt dat de meeste felle tegenstanders van Zwarte Piet als goede argumenten beschouwen.

Vanaf eind jaren negentig begonnen bepaalde Nederlanders zich ook met dit soort verontwaardiging te identificeren. Toen bereikte deze houding tot diep in 2005 een dieptepunt met het her en der opvoeren van ´gekleurde pieten´ of zelfs 'regenboogpieten'. Op een gegeven moment zag je in subtiele pastelkleuren geschminkte knechten van Klaas verbaasde kindertjes donkerbruine pepernoten toegooien. Sommige oudere kinderen gooiden de pepernoten, baldadig, met meer dan dubbel zoveel slingerkracht terug naar de regenboogpieten. Dat deden ze, spijtig genoeg, sowieso al incidenteel in gymzalen en klaslokalen met de zwarte Zwarte Pieten, maar in deze specifieke gevallen gebeurde het mijns inziens terecht.

Nu is Zwarte Piet overal weer zoals hij behoort te zijn: zwart.


Tegenstand vanuit de maatschappij

Klagen over Zwarte Piet is een jaarlijks evenement. Kijkt u maar op internet. Elk jaar gaat er nog steeds een handjevol nieuwe Nederlanders, met in hun kielzog enkele idealistische autochtone Nederlanders, de straat op om te scanderen dat zij zich aangesproken voelen door de donkere kindervriend. Dit gebeurde ook tijdens de intocht van Sinterklaas in Dordrecht in 2011. Toen riepen vier mannen leuzen tegen Zwarte Piet, terwijl zij hemden droegen die bedrukt waren met de leuze "Zwarte Piet is racisme". Ze stelden zich echter voor als kunstenaars, wat kennelijk niet mocht baten, want de politie pakte hen hardhandig op, omdat het een illegale demonstratie was. Inderdaad, het waren gewoon activisten. Twee dagen nadien mochten op Radio 1 twee van hen, onder wie een in mijn oren Caraïbisch klinkende 'kunstenaar', zeggen dat Zwarte Piet hem kwetst, "met zijn rode, dikke lippen", en dat hij hoopt dat er naar aanleiding van deze demonstratie een discussie over Zwarte Piet geëntameerd zou worden. Een andere van de vier kunstenaars zei met een Polderaccent dat Zwarte Piet als zwarte knecht van Sinterklaas een herinnering aan de slavernij is. Hij heeft een "zeventiende-eeuws pagepakje aan met een molensteenkraag", sprak de man in het Polderaccent met hoorbare afkeer.

Freek de Jonge laat zien hoe het moet

Zwarte Piet is Racisme: ook Freek de Jonge denkt dat een zin, waarin een eigennaam (Zwarte Piet) door een koppelwerkwoord aan een abstract zelfstandig naamwoord (racisme) verbonden kan worden, grammaticaal goed klinkt
(foto afkomstig van zwartepietisracisme.tumblr.com)

Ook de cabaretier Freek de Jonge en de Antilliaanse podiumkunstenaar Quinsy Gario voegden zich bij de initiatieven van de mensen achter dit initiatief 'Zwarte Piet is Racisme', dat tegelijkertijd op Twitter als @KolonialeKnecht actief kwetterde en opponenten met weinig inhoudelijke, korzelige opmerkingen afserveerde. Afgezien van het feit dat de naam "Zwarte Piet is Racisme" uit een, syntactisch gezien, rare zin bestaat, is de vijandige toon ermee gezet.

Ik heb de uitnodiging tot discussie bij dezen aangenomen, maar ik hoop tegelijkertijd dat de discussie in de toekomst niet meer gevoerd hoeft te worden, omdat de argumenten tegen Zwarte Piet mijns inziens niet opwegen tegen de ware aard van Zwarte Piet, en omdat deze traditie mij juist vanwege haar historie heel veel waard is. De uitnodiging tot discussie heeft mij in ieder geval ertoe gebracht u nu – en niet later - deelgenoot te maken van de geschiedenis en het heden van deze bijzondere figuur.


Rassenreductionisme en onverteerde slavernij in de discussie

De rassenreductionistische critici van Zwarte Piet veronachtzamen eeuwen van eerdere ontwikkeling die de knecht van Sinterklaas al had doorgemaakt. Hij ziet er zeventiende-eeuws uit, maar men denkt dat de zwarte knecht oudere, Germaanse wortels heeft.

Als een Nederlander verweten wordt dat hij of zij een racistisch feest viert waarbij de zwarte of zelfs negroïde knecht van Sinterklaas een ondergeschikte rol speelt, dan probeert hij of zij vaak het Afrikaanse aspect van Zwarte Piet nuanceren door te zeggen dat het volksgeloof stelt dat hij zwart zou zijn vanwege het roet van de schoorsteen. Via de schoorsteen komt Zwarte Piet immers de huizen binnen. Het is waar dat het volksgeloof stelt dat hij zwart van roet is. Dit verklaart echter niet waarom enkel zijn gezicht zwart is, en niet zijn kleren. En bij de huidige gestalte van Zwarte Piet is er echter weldegelijk een knipoog naar negroïde mensen te ontwaren. Krulhaar en gouden oorringen roepen onmiskenbaar het beeld van een Moor op. Maar of dat nu racistisch en discriminerend is... En of hier nu sprake is van een nagespeelde verhouding van meester t.o.v. slaaf...

Dit soort spelen van de rassenkaart, met verwijzingen naar de slavernij getuigt van een veel te oppervlakkige en beperkte visie met weinig historische memorie. Op die manier lijkt de geschiedenis van deze folklore met de Gouden Eeuw te beginnen.
Weg met die VOC-mentaliteit.

Er is namelijk veel meer aan de hand met Zwarte Piet.


Zwarte Piet is veel méér dan Zwarte Piet

Zwarte Piet gaat veel dieper dan de donkere man in 'pagepakje' met de molensteenkraag. Ik zie Zwarte Piet niet als negroïde persoon of zelfs niet als een vroegmoderne persiflage van een slaaf. Ik zie hem als een Nederlandse variant van een veel ouder voorchristelijk boemantype dat in heel Europa evenknieën kent, en dat - gelet op het ‘pagepakje’ - in de zeventiende eeuw zijn huidige negroïde gedaante lijkt te hebben gekregen. Reeds voorafgaand aan de opkomst van de VOC en de WIC leefde er in het Nederlands volksgeloof een voorouderlijke, veel oudere mythische, zwarte, figuur die Sinterklaas vergezelde. Met het bevaren van de wereldzeeën en de langdurige contacten met zwarte Afrikanen tussen de zeventiende en de negentiende eeuw (Nederland bezit nog steeds overzeese gebieden met vooral zwarte inwoners), werd de zwarte hulp van Sinterklaas op een of andere manier gelijkgesteld aan de negroïde mensen, die zelfs in sommige grote steden een minder ongewone aanblik geworden waren. Van negers kon men zich in ieder geval een reëlere voorstelling maken dan van de zwarte schim uit het voorchristelijk verleden. De zwarte knecht nam derhalve van lieverlee de gedaante van deze nieuwe stedelingen aan, terwijl de overige Germaanse landen hun Sinterklaasknechten op andere zwart- of donkerkleurigekleurige, meer inheemse manieren bleven uitbeelden.

Zwarte Piets huidige verschijning is dus een projectie van de indruk die negers bij de Nederlanders hadden achtergelaten. Het negroïde aspect is slechts de moderne buitenste laag van deze oeroude, gelaagd tot stand gekomen figuur. De bewering dat die negers slaven waren, is ongegrond. Ze valt eerder te verklaren vanuit een onverwerkt erfzondig schuldgevoel onder oorspronkelijke Nederlanders ten aanzien van de slavernij, alsook vanuit wrok onder enkele donkere mensen in Nederland ten aanzien van de slavernij en ten aanzien van de Nederlandse samenleving an sich. In dit kader is het wellicht verhelderend op te merken dat bij de jaarlijkse intocht van Sinterklaas in Paramaribo, Suriname, de zwarte Pieten door autochtone, zwarte mensen worden gespeeld, die zich net als blanke Nederlanders ten onzent zwart geschminkt hebben. Ook op Curaçao en Aruba vindt deze intocht plaats, tot groot plezier van jong en oud, met Pieten die opgevoerd worden door autochtone, zwarte mensen die zich zwart geschminkt hebben en die de kleren en de pruik van Zwarte Piet dragen.
In het sinds de zeventiende eeuw sterk protestantse Zuid-Afrika heeft dit feest geen voet aan de grond gekregen. Dit zal samenhangen met het ´paapse´ karakter van het feest.

Volgens het Meertens Instituut (de autoriteit op het gebied van Nederlandse Volkskunde) stammen de eerste aanwijzingen voor een negerknecht aan de zijde van Sinterklaas uit het Amsterdam van het derde decennium van de negentiende eeuw.
(Helsloot: 2006, een pagina van de website van het Meertens Instituut)

Vervolgens is in de twintigste eeuw de boeman ingeruild voor een kindervriend

Orthodoxe Sint Nicolaas

Een orthodoxe icoon die Sint Nicolaas uitbeeldt

Volkskundigen als F.E. Farwerck hebben aangetoond dat ook de figuur van Sinterklaas zelf met allerlei zijtakken veel dieper teruggaat in onze volksgeschiedenis dan tot de periode van de komst van het christendom, waarmee de hagiografie van Sint Nicolaas, de bisschop van Myra, in West-Europa begon. De populaire vorm van Sinterklaas is hoogstwaarschijnlijk een door de katholieke kerk gedoogde manifestatie van Wodan, en Zwarte Piet is hoogstwaarschijnlijk een gedemoniseerde manifestatie van de dode voorouders die Wodan tijdens de Wilde Jacht of op andere aardse bezoeken vergezelden. De mensen verwachtten zegeningen van hun overleden krijgers, als laatstgenoemden hen met een bezoek vanuit het hiernamaals der gesneuvelden - het Walhalla - verwaardigden. Ook waren de twee wijze raven Huginn en Muninn de metgezellen van Wodan, en die waren ook zwart. Daarnaast trachtten de leden van de Germaanse mannenbonden tijdens riten nader tot hun gesneuvelde medekrijgers in Wodans Dodenheir te komen door zich als hen te kleden en te kleuren; men zette maskers op en de gezichten werden zwart gemaakt (Farwerck, 1970).

In D.J. van der Vens boek `Ons eigen volk in het feestelijk jaar` kunnen we lezen:

"(...) talloze wonderlijke verschijningen, die op Nederlandsch grondgebied tot op heden nog rondwaren en die soms analoog zijn aan gestalten, welke in heel Skandinavië en in het Germaansche kultuurgebied hun midwinterrol spelen en het daardoor aannemelijk maken, dat zij iets van hun wezen ontleenen aan de oud-Germaansche godenwereld." (D.J. van der Ven, blz. 231.)

De geromaniseerde Germaanse landen van Wallonië en Oost- en Noord-Frankrijk horen ook bij dat "kultuurgebied".


Sinterklaas, Klaas, Kleeschen, Perchta, Krampus

Het is fascinerend te zien hoeveel heidense projecties en gebruiken onze Europese voorouders via de door de Kerk gedoogde figuur van Sinterklaas hebben weten te behouden. In Luxemburg hebben we Kleeschen an Houseker. Dit duo bestaat uit een
Sankt Nikolaus und Knecht Ruprecht

De Duitse Sankt Nikolaus und Knecht Ruprecht. Ze zijn dezelfde figuren als Kleeschen an Houseker en le Saint Nicolas et Père Fouettard. De donkergeklede knecht draagt een zwarte baard, een zak en een roe

Sinterklaas (Kleeschen) met een zwartbebaarde, donkergeklede, angstaanjagende man met roe en zak (Houseker). In de Elzas en Lotharingen worden Kleeschen en Houseker Saint Nicolas et Père Fouettard genoemd, terwijl de Duitse Sankt Nikolaus und Knecht Ruprecht vrijwel identiek aan deze figuren zijn. De Waalse versie van Père Fouettard is echter weer precies dezelfde gestalte als de Nederlandse en Vlaamse Zwarte Piet.
In Oostenrijk hebben we vanaf 5 december Nikolo en zijn schaurige en/of schöne Krampusse (een Sinterklaas met angstaanjagende gehoornde mannen met duivelse gezichten en/of vriendelijke mannen met mooie houten maskers), in Appenzell (Zwitserland) hebben we in januari de wonderlijke ommegangen van de uitbundige Silvesterchläuse of Silvesterkläuse,
Krampus in Salzburg

Een Krampus in Salzburg.
Ontleend aan www.salzburg.info

waarvan de "schöne Chläuse" met mooie houten maskers, koeienbellen (Schelleschötte) en imposante hoofdtooien de boeren huis aan huis op een prachtig a capella gezongen ´Zäuerli´-lied trakteren. Er zijn drie Chläuse in Appenzell: die Wüeschten (de lelijke), die Schönen (de mooie) en die Schön-Wüeschten (de mooi-lelijke) Chläuse. Het indrukwekkende ritueel vindt plaats tijdens het Oude Nieuwjaar (Alter Silvester) van de oude juliaanse kalender, dat volgens onze huidige gregoriaanse kalender op 13 januari valt. Men denkt dat dit een overblijfsel is van de oude vruchtbaarheidsriten. Over de Zwitserse 'Sinterklazen' later meer.

Alain de Benoist put in zijn boek 'Les Traditions d'Europe' (1996) uit Oswald A. Erichs ´Wörterbuch der deutschen Volkskunde´ (1974) een machtdom aan Sinterklazen, Klaas- boemannen, boze of koddige lelijkerds en kerstmannen die onderling nauwverwant zijn.
Sinterklaas met Krampussen

Nikolo met Krampusse in Graz, de hoofdstad van Stiermarken, Oostenrijk

Sinterklaas en zijn knecht(en) versmelten soms tot één figuur. Zij komen voor in het Duitse taalgebied, van de grens met Twente door Noord-Polen tot aan Koningsbergen, van Noord- Italië tot de grens met Denemarken. Zij kennen vele namen en gestalten: Bullerklas, Klawes, Klasbur, Herrsche-Klos, Ruprecht, Pelzebock, Pelznickel, Nickelmann, Klänsel, Hans Trapp, Pelzmärte, Sante Butz, Hei Niklos, Rumpelklas, Perchta, Klaubauf, Wubartl, Schmutzli, Leutfresser, Krampus... Ook in Lotharingen vindt men ze. In Picardië, in Hongarije...

Overal in Europa zijn er tijdens Advent en/of rond de winterzonnewende dergelijke figuren waar te nemen die met variërende mate van speelse terreur de mensen (niet alleen kinderen) verrassen of de stuipen op het lijf jagen of hun lekkers en cadeaus geeft. Op Terschelling vindt men op 6 december - de verjaardag van Sint Nicolaas - de griezelige Sunderums of Sundrums (< Sinter-ooms).
Drie
sunderums op Terschelling

Drie sunderums op Terschelling, weliswaar zonder maskers
Foto gevonden op www.terschelling.net

De Sunderums lopen gemaskerd en gekleed in op Terschelling natuurlijk aan te treffen begroeiing (takken, helmgras, hei) door de straten, ze worden uitgenodigd door de bewoners, ze krijgen iets te drinken (drank) en de mensen proberen hun ware identiteit te achterhalen.
En, bijvoorbeeld, op Schiermonnikoog, zo toont de webstek van Nederlands Heidendom aan, verschijnen de Klozems met lange baarden en bellen. Oorspronkelijk zouden zij huwbare maagden op straat 'ontvoeren' (de meisjes bleven dus binnen). Dit gebruik wordt, evenals dat van de Sunderums, onder de Nicolaasmaskerades geschaard:

"Nicolaasmaskerades zijn nachtelijke optochten of - rondgangen van verklede en gemaskerde jongelui (soms met zwartgeverfde gezichten). De gemaskerde jongeren bonzen op deuren op zoek naar stoute kinderen, strooien pepernoten en hebben voorwerpen bij zich als een ketting, een zak en de roe. Rondom midwinter werden in Nederland, Westfalen, het Rijnland, Oostenrijk en Zwitserland deze Nicolaasmaskerades gehouden. In Fryslân werd de rondgang Klaasjagen genoemd, evenals de optochten in Zwitserland. De gemaskerden werden vaak Klozem, Klaas, Pieter of Duivel genoemd."
(ontleend aan Nederlands Heidendom, pdf-bestand)

Overal in de Alpen en de Karpaten vindt men groepen mannen, omhangen door dierenvellen en bellen, die huis aan huis of in de straten tijdens Advent tot aan Sylvesteravond liederen zingen of mensen speels opjagen, of mensen verblijden met een bezoek. Ze dragen een zelfgemaakte dierenkop met hoorns of geweien, die klakkend hapt, zodat ze op wilde beesten lijken. De harige, houten kop van dit 'beest' heeft een onderkaak die met behulp van en touwtje open- en dichtgeslagen wordt. Vrouwen worden met het geklep en gebijt van de Perchten opgejaagd in de steden en dorpen van Karinthië.
Capra in Roemenië

Een capra wordt in Roemenië zorgzaam in kostbare spreien gehuld (foto ontleend aan http://obiceiuri-si-traditii.myforum.ro/-vp72.html)

In Transsylvanië, Roemenië, zijn het enge ´capre´ ("geiten") of ´turci´ (niet "Turken"; de etymologie wijst volgens de Roemeense taalkundige Mihai Vinereanu [Vinereanu, 2008] op een oorspronkelijk woord dat ´harig´ betekende.) die met hun tapijten of beddespreien, geitenhoorns of geweien, zang, muziek en geklepper de mensen verblijden met bezoekjes van 20 t/m 25 december, en in andere delen van Roemenië van 25 tot en met 31 december. Dit gebruik staat echter niet in direct verband met het Sint Nicolaasfeest, maar verwantschap tussen deze Europese gebruiken kan men niet uitsluiten. Ze duiden op een animistisch Europees verleden, dat als substraat dient voor de verschillende vormen van de duizenden jaren oude lichtfeesten die de winter moeten verjagen, zoals het Sinterklaasfeest.
De vieringen rond de gepopulariseerde Roemeens-orthodoxe Sfântul Nicolae - de heilige Sint Nicolaas – vertonen met het zetten van de schoen door kinderen - in de hoop er de volgende ochtend cadeaus in aan te treffen, en met Sint Nicolaas’ speciale bescherming van kinderen - veel gelijkenissen met onze Sinterklaas. Sint Nicolaas is als heilige uitermate populair in Roemenië en wordt er vaak aangeroepen. Veel syncretischer lijken de Roemeense verhalen over de witte baard van de volkse versie van Sinterklaas, die de sneeuw veroorzaakt. Zoals Vrouw Holle in de Germaanse gebieden de sneeuw over de aarde uitschudt met haar kussens. Men zie dat er in Europa een formelere (de Goedheiligman) en een wat wildere (de boemannen) Sinterklaasviering naast elkaar bestaan.

Ook op Sri Lanka - de voormalige Nederlandse kolonie Ceylon - vierden de Dutch Burghers nog in de twintigste eeuw Sinterklaas met zijn 'Black Pieten'. In de Verenigde Staten hebben de Nederlanders Sinterklaas gebracht, alwaar hij vrij laat als bolronde Santa Claus met door de lucht zwevende rendieren zijn beslag kreeg en nu ons Europese Kerstfeest wederbevrucht (of het met Coca-Cola en Amerikaanse kerstpopmuziek verdraait, totdat we niet meer weten wat Kerstvolksmuziek is).


Sinterklaas en Zwarte Piet zijn de zonneherauten

Mummern, noemt men in Zwitserland het wintergebruik waarbij men rond de winterzonnewende luidruchtig en gemaskerd met vreemde kleding en koeienbellen rondgaat. Het komt voort uit voorchristelijke riten: na de winterzonnewende verheugt men zich op het lengen der dagen, en daarbij kunnen het licht en het leven best een handje worden geholpen door de duisternis met lawaai te verjagen en de vruchtbaarheid af te dwingen door rituelen. Zoals hierboven opgemerkt, was dit de taak van de mannenbonden die het Wilde Heir nabootsten. Zij maakten geraas en hadden bijzondere rechten zoals het steelrecht en berispingsrecht (Farwerck: 1970). Zij brachten de akkers vruchtbaarheid door er, bijvoorbeeld, op te dansen en zij brachten de mensen vruchtbaarheid door hun noten toe te strooien en hen te meppen met de gard (de roe). Zo wou Wodan het, terwijl zij het licht aankondigden en de godenwereld dichterbij brachten.
Hieruit zijn de talrijke hier beschreven ommegangen voortgekomen. Zelfs de ogenschijnlijk onschuldige Oudejaarsverenigingen in Friesland, zoals de Geitefok in Oldeberkoop, zijn hieruit voortgekomen. Ooit waren het groepen razende, verklede jongeren, die gingen tôgjen door het dorp: zij stalen, zopen, tierden en eigenden zich allerlei rechten toe. Ooit waren die rechten vanzelfsprekend, maar met de kerstening verdween de geloofwaardigheid van de geheime mannenbonden en ontaardden de gebruiken. Na de jaren veertig van de twintigste eeuw zijn deze praktijken op last van de gemeente ingeperkt tot wat de Geitefokvereniging thans is: nu horen we eens per jaar dat de Geitefokvereniging uit Oldeberkoop het wassen beeld van Gorbatsjov uit Madame Tussaud in Amsterdam gestolen heeft of de Olympische ringen van het Olympisch stadion gestolen heeft (2011-2012). Verwant aan de Geitefokvereniging zijn de Bokkenrijders, die ook ontaard raakten en menig Limburgs dorp onveilig maakten.

Uit een oudere vorm van deze groepen zijn Sint en Piet voortgekomen: zij zijn zonneherauten. Slaat men een volkskundig boek over Europese gebruiken open, dan wemelt het er van de wintergebruiken, al dan niet versmolten met een door de Kerk goedgekeurde heilige. De eerstvolgende die in onze gedachten opkomt is Sint Maarten, die met vele volkse en magische rituelen omgeven was, en dat vaak nog is. Een rode draad is echter dat deze ooit zo belangrijke volksgebruiken naar de wereld van het kind lijken te zijn verdrongen, nadat de ernst dezer gebruiken aan geloofwaardigheid hadden ingeboet.

Schöne en wüeste Chläuse in Appenzell
Schöne en wüeschte Chläuse in Appenzell

Zwitserland is bijzonder rijk aan Klazen en Sinterklazen. De Zwitser dr. Erich Schwabe schrijft in het boek ‘Schweizer Volksbräuche’ (1969) iets over het ontstaan van Sinterklaas in Zwitserland:

"St. Niklaus verkörpert zunächst den in der ersten Hälfte des 4. Jahrhunderts als Glaubenskämpfer wirkenden Bischof Myra in Kleinasien. Dank den ihm zugeschriebenen Liebes- und Wundertaten - der heimlichen Schenkung der Aussteuer an die drei Töchter eines armen Adeligen und der Errettung dreier Knaben vom Tode – erfreute sich seine Gestalt bald grosser Verehrung im ganzen byzantinischen Reiche; durch die Überführung der Reliquien nach Bari in Unteritalien (1087) wurde sie in Mittel- und Westeuropa rasch ebenso volkstümlich. Die sich um sie rankenden Legenden, dazu mittelalterliche Feste von Klosterschülern, bei denen ein Schülerbischof die Hauptrolle spielte, mögen die Aufgaben bestimmt haben, die St. Niklaus als Kinderfreund heute zukommt. – Doch trägt er, wie wir bei uns kennen, auch Merkmale vorchristlicher Bräuche. Der Lärm, den er und mehr noch seine Begleiter oft vollführen, das Strafen, Tributfordern und andererseits das besänftigende Schenken, sind ja auch den furchterregenden Dämonen eigen, wie sie in gewissen Maskentraditionen der Periode des Jahreswechsels fortleben. Selbst das Licht, das an gewissen Orten aus Mächtigen Kopfbedeckungen der "Kläuse" leuchtet, weist auf ältern als christlichen Ursprung, die Rute wiederum, die heute erzieherischen Zwecken dient, auf einstigen fruchtbarkeitsspenden Segen hin.

Die Annahme liegt nahe, dass die mittelalterliche Kirche ihren ganzen Einfluss geltend machte, das heidnische Gebaren wenn nicht zu unterdrücken, so doch durch einfügen ihrer Lehre gemässer Elemente zu kompensieren (…). So ergab sich das Doppelgesicht des Niklausbrauches, wie wir ihn etwa in der Innerschweiz vor uns haben. Der Heilige tritt hier in der Regel im feierlichen Bischofsornat auf und begibt sich in die einzelnen Häuser, auch in Schulen und Anstalten, ermahnt die Kinder, folgsam zu sein, und
Klausjagen in Bazel

Klausjagen in Bazel

teilt ihnen dann Äpfel, Nüsse und Süssigkeiten aus. Sein oder seine abschreckend gekleidete begleiter, die "Schmützli", verkörpern den strafenden Teil. Da und dort tun sie sich zu eigentlichen grossen Lärmumzügen, dem "Klausjagen", zusammen."
(Schwabe, 1969, blz. 123-124).

Dus we hebben Klausjagen in Zwitserland en Klaasjagen in Friesland. Hierna geeft Schwabe een keur aan uitbundige en minder uitbundige Klazen en gebruiken in Zwitserland weer, waar het schrikbeeld het beeld van de goedheiligman menigmaal doorkruist. Opvallend is het gebruik van echte noten en vruchten in dit uit vruchtbaarheidsriten voortgekomen Sinterklaasgebruik, waar wij peper- en kruidnoten (bakwaren) strooien.

H.C.A. Grolman schrijft in het boek 'Nederlandsche Volksgebruiken - Kalenderfeesten' (1931):

"Het door de lucht rijden van den heilige, het geven van goede gaven door den schoorsteen, de schoen, het hooioffer en de gard zijn oude heidensche gebruiken, die aan den Germaanschen Odin-Wodan-dienst doen denken. Onder de weinige heiligen, bij welke men in de middeleeuwen vloekte, behoorde ook St. Nikolaas. Men vloekte alleen bij die heiligen, waaraan mythologische herinneringen verbonden waren en die men ingevoerd had, om de heidensche god te verdringen.

Wij mogen niet vergeten, dat gedurende den tijd, waarin men het St. Nikolaasfeest viert, naar de magische opvatting van de vruchtbaarheid gematerialiseerd moet worden, om nieuwe vruchtbaarheid op te wekken. Het valt samen met den tijd, waarop de Germanen de groote offers brachten aan Wodan, den windgod en dus den god der vruchtbaarheid, want "Veel wind, veel ooft" zegt het spreekwoord."

Hoor de wind waait door de bomen...


Wodan en de Wilde Jacht

Dus niet alleen het tijdstip van Sinterklaasavond - dat dus grofweg samenvalt met de periode van vruchtbaarheidsriten aan Wodan en diens nagebootste, onstuimige Wilde Jacht of Wilde Heir van de Winterzonnewendetijd tot aan de lente - herinnert aan een blijkbaar belangrijk Europees oerfeest; er zijn vele andere overeenkomsten tussen Wodan en Sinterklaas. Hier komen er enkele:

- Wodan had een lange witte baard; Sinterklaas ook

- Wodan reed door de nachtelijke luchten op zijn witte achtbenige schimmel Sleipnir; Sinterklaas doet hetzelfde met zijn schimmel Amerigo

- Wodan werd vergezeld door beschermelingen (vaak zwarte raven of zwarte geesten); Sinterklaas in Nederland en België wordt vergezeld door Zwarte Pieten en elders in Europa door duistere figuren

- Wodan gaf mensen letters - toen de magische runen; nu geeft Sinterklaas de mensen chocoladeletters.

- Wodan hield een speer vast; Sinterklaas een staf

- Tijdens de Wilde Jacht terroriseerde Wodan met zijn geesten uit het dodenrijk de buurt: dingen werden ontvreemd of vernield; Zwarte Piet klopt in de Nederlanden aan de deur, haalt streken uit en elders jaagt hij mensen op

- In huis stond de huiselijke wereld via de brede schoorsteen in contact met de bovenwereld, en Wodan wist via zijn zwarte raven van het gedrag van zijn mensen ; Sinterklaas stuurt Piet door de schoorsteen en gooit cadeaus door de schoorsteen, hij weet alles van de kinderen dankzij zijn grote boek, en dankzij Piet.

Volkskundige Jos. Schrijnen schrijft in zijn boek 'Nederlandsche Volkskunde I' (1915):

"Sint Nikolaas (6 Dec.). Een groote, krachtige gestalte te paard, den staf in de hand, den mijter op het hoofd., den ruim-geplooiden bisschopsmantel om de schouders geslagen, - zoo stelt zich de kinderwereld den heiligen bisschop van Myra voor. Hij lijkt inderdaad veel op de figuur van Wôdan, het rijzige lichaam in een wijden, donkeren mantel gehuld, waarin hij zijn beschermelingen door de lucht draagt, en gezeten op zijn trouwe schimmel Sleipnir.

Wodan in de
Wilde Jacht

Wodan in de Wilde Jacht

Na de overwinning van het Christendom in de IXe en Xe eeuw, toen het werkelijk geloof aan Wôdan en zijn kring was verloren gegaan, was die schimmel een onbeheerde zaak, een res derelicta primi occupantis, slechts bereden door een half-goddelijke, half-daemonische schim, die zich nog hier of daar in het folklore vertoont, maar welke het niet moeilijk viel voor edeler, meer reëele figuren te doen wijken. Op dien schimmel heeft het volk in den loop der tijden aan allen, die het hoog hield, omdat zij een aanzienlijke rol gespeeld hadden in kerkelijke- of staatkundige geschiedenis of ook sage - heiligen, koningen, legerhoofden en anderen - een eereplaats gegund; en zoo heeft Sleipnir ook als substraat gediend voor de vereering van Sint Nikolaas."

Dit is toch waarlijk een van de rijkste, oudste en meest levende Germaanse gebruiken die ons toch al zo voor volkskundigen steeds minder interessante land rijk is.


Zwarte Piet eruitgelicht

De Kerk heeft geprobeerd de al te in het oog lopende heidense goden te demoniseren. Het zouden boze geesten zijn, en hun priesters waren heksen. De afschrikwekkende vormen die bepaalde Klazen of geesten in de Alpen en de Karpaten hebben aangenomen, zouden hieraan een herinnering kunnen zijn. De geitenhoorns van bepaalde Klazen, Krampus en Capra doen denken aan de eerdere demonisering door de Kerk van de gehoornde herdersgod Pan in het Oude Griekenland. De duivel heeft in de Europese folklore in veel gevallen de gestalte van Pan aangenomen. Onze voorouders noemden de duivel vaak Piet of Pieter, zoals ook Nederlands Heidendom hierboven aangeeft. Er bestaat een vissoort, Trachinus vipera,
Het
Christkind en Hans Trapp

Het Christkind en Hans Trapp. Hans Trapp heet hij in de Elzassische taal van Oost-Frankrijk en in het Duits van het Rijnland, en in het Frans van de Elzas heet hij le Père Fouettard. Hij geldt als dezelfde figuur als Knecht Ruprecht.

die de pieterman genoemd wordt, omdat hij ingegraven in het zand mensen steekt als zij op hem gaan staan. Eigenlijk steken de mensen aldus zichzelf, maar er is verband met de duivel. Zwarte Piet wordt dan ook wel Pieterbaas genoemd.

Het beeld van de duivel is gebruikt om de doden, en misschien de twee wijze raven, waarmee Wodan door de luchten placht te scheren, in een kwader daglicht te stellen. Jos. Schrijnen schrijft over volksgebruiken en liedjes waarin de duivel een rol speelt, dat zwarte piet een andere benaming is voor de duivel, omdat de duivel zwart is:

"Verder is het eigenaardig, dat in de folklore zoo vaak van 's duvels vrouw, moeder of grootmoeder sprake is (wat te denken van de uitdrukking ‘De duvel en z'n ouwe moer’? - MB); ik herinner aan het Venloosche aftelrijmpje:

Ter duvel zien vrouw ging wortele schrabbe,
Ze wis neet woa ze 't mets meus pakke,
Ze pagde 't hii, ze pagde 't doa,
Ze pagde ter duvel bii de hoar.



Waarschijnlijk hebben we met werkelijk heidensch bezinksel te doen; maar de grootmoeder is het oorspronkelijke. Immers wij worden herinnerd aan het Noorsche verhaal, hoe Thórr en Týr bij den reus Hymir aan huis komen, en daar zijn negenhonderdhoofdige grootmoeder aantreffen. Op een mythische verklaring van een natuurverschijnsel wijst onze zegswijze "de duivel slaat zijn wijf", als het regent en de zon schijnt.

Volksbenamingen zijn: blikskater, boeman, bokspoot, de booze, deksel, duker, donder, droes, drommel, duivekater, hänsken, heintje, heintjepek, hinkepoot, (men denke aan "kromme duivel"), joost, koekoek, nikker, d'olle, pikheintje, de zwarte, zwarte piet. (...) De duivel is pikzwart en draagt bokshoorns, bokspooten of paardenhoeven; men denke aan de betrekking van den bok tot de heksen en aan de Zuidlimburgsche bokkenrijders."
(Schrijnen, 1915, blz. 97)

In de Alpen en op de Waddeneilanden treffen we wederom een versmelting aan van Klaas met Piet c.q. de knecht. H.C.A. Grolman schrijft:

"Dan is het eigenlijk niet Wodan, die het goud geeft, maar zijn het de dooden, die deze kostbare gave schenken. Dat is de trouwe Eckart ook niets anders dan een representant van die dooden, en van den zwarten knecht (Ruprecht) zou dan hetzelfde gezegd kunnen worden, dit verklaart tevens zijn zwarte kleur. (...) Af en toe treedt Zwarte Piet als zelfstandige figuur op, evenals Ruprecht de knecht in Duitschland. In Twente (Tubbergen) trekt Klaas met zijn vrouw rond, Klaas is dan een Zwarte Piet en zijn vrouw is in boerendracht. Het komische ervan is, dat het Wief ongemakkelijk slaag krijgt. De kinderen moeten bidden en krijgen dan een kleinigheidje." (Grolman, 1931, blz. 27-28).

Op de Veluwe kennen ze zwarte sinterklazen (Van der Ven, blz. 232) en kennen ze een Sinterklaoskerl in "wieve-goed". Een travestiefiguur, dus. Van der Ven zegt ook over de travestiefiguren en de versmelting van Sinterklaas met zijn knecht, dat jongelingen op de Waddeneilanden op 5 en 12 december het gewoonterecht uitoefenen overal bezoeken af te leggen:

"Het behoort tot een eersten eisch van een Waddensinterklaas - op Ameland ook "Klaasoome" en op Schiermonnikoog "Sinterom" geheeten - onherkenbaar te blijven. De meest oorspronkelijke vermomming bestaat uit een wapperend wit laken en een lap vitrage voor het gezicht, zoodat we bijv. op Ameland mogen spreken van de "witte wintermannen". Maar ook worden allerlei andere vermommingen toegepast, zelfs travestie-figuren o.a. de huiveringwekkende heks "Rixt van 't Oerd" treden traditioneel op, zoodat ook hier het man-vrouw-wezen dus een opmerkelijke rol speelt in handelingen, die als het ware een gedramatiseerde uitbeelding zijn van den midwinterstrijd tusschen licht en duisternis, warmte en koude, zomer en winter." (Van der Ven, blz. 239)

Het travestie-element zien we ook terug in de huidige, gebruikelijke Zwarte Piet, waar, zoals we allemaal weten, ook vrouwen zich in cognito in zijn kleding hullen, zich schminken en zich zo als de mannelijke Pieterbaas voordoen. Onherkenbaar verkleed en geschminkt zijn kan grenzen op speelse manier doen vervagen en androgynie in de hand werken. Met slechts enkele ´roet´-vegen op het gezicht, zou dit geheimzinnige, waarschijnlijk eveneens oeroude, bovengeslachtelijke karakter van Piet verdwijnen. De buurman, maar ook de juf van de hogere Groep 8, zou meteen herkend worden! De vertoning van Zwarte Piet is ook een Nicolaasmaskerade, die het behouden waard is.

Oswald A. Erichs hierboven weergegeven lijst van Klazen noemt Schmutzli. Dit is de vreeswekkende knecht van Samichlaus; Samichlaus en Schmutzli vormen een populair koppel waarbij de Sinterklaas soms de gedaante van de Kerstman aanneemt. Ook Schmutzli kan zich voordoen als pikzwarte figuur met zwarte, sobere kleren.
Schmutzli in Zwitserland

Een typische Zwitserse Schmutzli; het Helvetische neefje van Knecht Ruprecht

Daar heeft hij soms zelfs rode lippen, als er geen zwarte baard bij is. De pikzwarte Schmutzli is eeuwenoud; hij duikt op in gravures en tekeningen. Hij ziet er elders weer uit als Knecht Ruprecht en Houseker, met zwarte baard en donkerbruine kleren met donkerbruine capuchon of dito puntmuts. Niemand in Zwitserland vindt deze figuur aanstootgevend, hoe zwart hij zich ook manifesteert.

Overal in de Nederlandse folklore kom je elementen van "kinderschrik" tegen, die bedoeld waren de kinderen angst in te boezemen, ter voorkoming van gevaarlijk of ondeugend gedrag. Zwarte Piet past daar naadloos in. Hij gooit stoute kinderen in de zak. Ook de zak grijpt terug op Germaanse mythologie, waarvan de IJslandse griezelige Oge van Grýla, die stoute kindertjes in de zak stopt, een herinnering is.
Oudere boemantypes die met de Klaasvieringen geassocieerd werden, zijn nog luguberder. Het zou te ver voeren op de sadistische of bloederige details van deze volksverhalen in te gaan.


Demonisering en ´Blackface´

In 2011 werden Sinterklaas en Zwarte Piet onthaald in Dordrecht, maar in 1657 werd in Dordrecht, teneinde een zuiverder beleving van het christendom te verkrijgen, het Sinterklaasfeest door de protestanten verboden. Eerst probeerde de Katholieke kerk hen te demoniseren, in de zeventiende eeuw de Protestantse.

Die enkelingen die Zwarte Piet willen verwijzen naar het rijk der racisten, beoefenen mijns inziens een nieuwe demonisering. Zij gaan daarbij enkel en alleen af op vermeend - naar moderne maatstaven - racistische en uit onderdrukking voortkomende trekjes die in de huidige vorm van de knecht zouden zijn te ontdekken. Vervolgens probeert men, als tegemoetkoming aan de tegenstanders, Piet met schoorsteenroet op te voeren. Dit lijkt zelfs zijn intrede te hebben gedaan in het volksgeloof, als excuus voor zijn zwartheid. Misschien is het schoorsteenroet een politiek correcte oplossing, maar ze is historisch incorrect. In dezen zou historische correctheid boven politieke correctheid moeten prevaleren. Nergens in de Europese folklore zijn de verwanten van Piet en Klaas zwart vanwege het roet van een schoorsteen. Het is hun eigen huidskleur, om het maar plastisch te zeggen. Zwarte Piet vormt daarop geen uitzondering.

Soms wordt als argument tegen Zwarte Piet aangevoerd dat Zwarte Piet een soort Blackface lijkt, of is (klikt u hier om te zien wie dit is). Vooral Amerikanen die op bezoek zijn in België of Nederland, of mensen die zich voor hun algemene ontwikkeling erg afhankelijk hebben gemaakt van Amerikaanse bronnen of zich nogal sterk met dat land identificeren (vaak uit affiniteit met de rap- en ghettocultuur), roepen dat een Blackface erg omstreden is.
Wij zijn echter geen Amerikanen en we delen in Europa een andere kunstgeschiedenis. Blackface maakt hier in Europa geen deel uit van ons collectieve geweten, terwijl hij weldegelijk deel uitmaakt van het Amerikaanse geweten. Deze kunst- en amusementsfiguur stamt dan ook uit de Amerikaanse theatertraditie van de negentiende eeuw en raakte echt omstreden toen halverwege de twintigste eeuw enkele zuidelijke staten in de VS nog krampachtig raciale segregatie nastreefden, terwijl men lachte om deze typisch Afro-Amerikaanse protsenmaker van de plantages. Zwarte Piet is daarentegen een radicaal andere figuur, die een veel schimmiger en veel sprookjesachtiger verleden heeft dan de vrolijke katoenplukker-minstreel uit de keiharde negentiende- en twintigste-eeuwse Amerikaanse plantages. Ethische en historische vergelijkingen gaan mank. Toch zijn er in Nederland en België mensen die Zwarte Piet als een Blackface wegzetten. Het is niet alleen hierom raadzaam dat zij zich meer op Europa zouden moeten richten bij hun zoektocht naar buitenlandse informatiebronnen, en zich niet alleen het Engels, maar ook een taal als het Duits, Frans of Russisch eigen zouden maken, mochten zij elders hun intellectuele horizon willen verbreden. Amerikanen en potentieel anderszins geschokte buitenlanders in België en Nederland zouden zich, daarnaast, beter moeten laten inlichten over het Sinterklaasfeest alvorens hier te oordelen.


Opnieuw en onbeschaamd genieten van Zwarte Piet

Het ziet ernaar uit dat de Nederlandse en Belgische volksaard sterk genoeg is om verdachtmakingen af te zwakken door ze te negeren of critici van Zwarte Piet “zeurpieten” te noemen. Het tij keert zich tegen deze enkelingen: Zwarte Piet is over het geheel genomen zelfs zwarter dan dat hij in de jaren negentig was.

Maar de tegenstanders kunnen in de toekomst wel eens met hun onfeitelijke vergelijkingen de boventoon voeren. Sommige tegenstanders hebben dan ook een punt: er zijn nu eenmaal mensen die Zwarte Piet met het prototype van een neger identificeren. Aan de ene kant hebben we de idealistische tegenstanders van Piet die in hem een negroïde slaaf zien die ze moeten bevrijden, en aan de andere kant hebben we de - misschien naïeve - mensen die Zwarte Piet spelen met een Surinaams accent, toespelingen op Afrika of de Caraïben maken maken, of tijdens het feest doodleuk - maar vast en zeker niet kwetsend bedoeld - tegen zwarte kindertjes zeggen dat zij later Zwarte Piet kunnen worden, omdat ze al van zichzelf zwart zijn.
Veel te
negroïde uitgebeeld

Zwarte Piet hoeft niet veranderd te worden, maar wel de prototypische perceptie, zoals deze typische reclamebureau-Piet nog eens laat zien.

En dan hebben we de reclamebureaus die in de talrijke folders en op posters Zwarte Piet met gigantische lippen en heel fijn kroeshaar uitbeelden of van Zwarte Piet een soort boertig en lomp Moriaantje maken door expliciet naar zijn Afro-identiteit te verwijzen. Kennelijk doen prototypes het goed, in de commercie. Dit irriteert zwarte mensen begrijpelijkerwijs, maar het is onnodig. Deze prototypes verschaffen de tegenstanders van Zwarte Piet veel munitie waarmee ze op deze oeroude figuur kunnen schieten om hun rassenreductionistische gelijkheidsfantasieën aan argeloos Nederland op te dringen. Gelijkheidsfantasten zijn goed en eensgezind in het afbreken en nivelleren van tradities, maar ze zijn minder ´creatief´ en eensgezind in het aandragen van alternatieven. Dat laatste laat hun dan ook koud. Helaas zijn weinig mensen zich bewust van de ware aard van Zwarte Piet en zijn prehistorische verworteling in onze volksziel om weerstand te bieden aan de aanval tegen dit volksgebruik.

Het gaat er dus niet om dat we Zwarte Piet moeten veranderen, maar dat we onze perceptie van Zwarte Piet aanpassen. Het zwarte van Zwarte Piet en zijn knechtstatus zijn gewoonweg niet ingegeven door een Afrikaanse of een slavenherkomst, of door een soort blanke superioriteit. We hebben gezien dat veel van zijn uit de West-Europese folklore afkomstige verwanten eveneens zwarte of op z'n minst donkergekleurde knechten zijn. De duivel, Wodans raven Huginn en Muninn, de Luxemburgse Houseker en diens Duitse en Elzassisch-Lotharingse neefjes Knecht Ruprecht en Père Fouettard, de Klozems en andere figuren op de Wadden, de Veluwse zwarte 'sinterklazen' en Zwarte Piet zijn allen donker, en vaak ondergeschikt; elk op hun eigen manieren. Zwarte Piet past dus binnen onze Europese folklore en is in wezen niet iets racistisch. Hij is dus niet "in principe" een zwarte uit de slaventijd of iets dergelijks.

Marginaal, fanatiek en zijn doel voorbijstrevend antiracisme van de tegenstanders van Zwarte Piet en hun preoccupatie met onderdrukking, waren vooral in de zeventiger-, tachtiger- en negentigerjaren modieus als werktuig waarmee men het oude van het nieuwe kon scheiden, en het volkse van het betamelijke. Net zoals zuiveringsprojecten van het christendom dat geprobeerd hadden. Daar kwam bij dat het 'emanciperen' van Zwarte Piet in die decennia tegemoetkwam aan een fanatieke behoefte aan het inruilen van het autoritaire voor het anti-autoritaire. Dat ligt achter ons.

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn nog springlevend. Men kan onbeschaamd genieten van dit unieke stuk typisch Nederlands uitgebeeld Europees erfgoed. Sinterklaas en Zwarte Piet zijn gewoon interessant, speels, spannend, en vervullen ons met onschuldig kindervermaak. Kinderen vinden Zwarte Piet zelfs meestal leuker dan Sinterklaas. Sint, Piet en onze kinderen dienen te worden gevrijwaard van moderne complexen. De boodschap van Sinterklaas en Zwarte Piet is veel eeuwiger en krachtiger dan die van het modieus zout op de slakken leggen uit een of ander postkoloniaal Europees schuldgevoel. Laten we deze werkelijk oeroude traditie houden voor wat ze is en haar in al haar onbeholpen onschuld doorgeven aan onze kinderen.



Geraadpleegde boeken:

Benoist, Alain de (1996). Les Traditions d'Europe, Nouvelle édition révisée et augmentée. Arpajon: Éditions du Labyrinthe

Farwerck, F.E. (1970). Noordeuropese mysteriën en hun sporen tot heden. Deventer: Ankh-Hermes

Grolman, H.C.A. (1931). Nederlandsche Volksgebruiken. Kalenderfeesten, naar oorsprong en beteekenis. Zutphen: W.J. Thieme & cie

Schrijnen, Jos. (1915). Nederlandsche Volkskunde, eerste deel. Zutphen: W.J. Thieme & cie

Schwabe, Erich (1969). Schweizer Volksbräuche. Zürich: Silva Verlag

Ven, D.J. van der (jaartal onbekend). Ons eigen Volk in het Feestelijk Jaar. Kampen: J.H. Kok n.v.

Vinereanu, Mihai (2008). Dictionar etimologic al limbii române pe baza cercetarilor de indo-europenistic. Bucuresti: Editura ALCOR



Radioprogramma's:

Nu al wakker Nederland, Radio 1, Omroep WNL, woensdag 23 november 2011

Radio 1 Journaal, Radio 1, NOS, maandag 14 november 2011



Geraadpleegde internetverwijzingen:

Helsloot, J. (2006) De oudst bekende naam van Zwarte Piet: Pieter-mê-knecht (1850). Geraadpleegd op 1 december 2010.
http://www.meertens.knaw.nl/cms/nl/nieuwsbriefteksten/nieuwsbriefuitgelicht/143677-de-oudst-bekende-naam-van-zwarte-piet-pieter-me-knecht-1850

http://en.wikipedia.org/wiki/Blackface

http://lb.wikipedia.org/wiki/Houseker

http://lb.wikipedia.org/wiki/Kleeschen

http://de.wikipedia.org/wiki/Krampus

http://www.nederlandsheidendom.nl/webstek/sinterklaas.pdf



Geraadpleegd geluidsmateriaal:

Muziek-CD Zäuerli: yodel of Appenzell / yodel d'Appenzell, opgenomen door Hugo Zemp, 1980 / 1990. Audivis-Unesco, Ivry-sur-Seine



Marcel Bas


19 november en 3 december 2011





Wilt U reageren? U kunt De Roepstem een e-mail sturen: Stuur 'n boodskap! Terugvoering word gewaardeer.


Roepstem Inhoudsopgawe / Inhoudsopgaaf:

| De Roepstem Hoofdpagina / Tuisbladsy | Ter Verdediging van Zwarte Piet | Onderhoud met Marcel Bas in tydskrif In Diepte | Identiteitspolitiek in Nederland | Bezoek aan Zuid-Afrika in 2007 | Traditionele muziek van eigen bodem en van de Afrikaners | Menno van Coehoorn en de vesting van Namen | De Vier Heemskinderen | Wallonië is deel van de Nederlanden | Virginia Woolf's class consciousness | Boekbespreking: Hermann Wirth | Engelbert Dollfuss: corporatisme in Oostenrijk | António Salazar: corporatisme in Portugal | A la recherche du sens perdu? | De noodklok luidt voor het Afrikaans | De knieval van de Mondriaan Stichting | The Meaning of Tradition in Homer's Odyssey (English) | The demise of the Scots spelling system (English) | Waarom een Hollander een (halve) Vlaming is | Vlaanderen, de Calimero van West-Europa | De Waalse bijdrage in de Opstand | Haarlem heeft een Vlaams gezicht | Zannekin Jaarboek 2005 | Turkije is niet Europees | Tegen EU-toetreding Turkije | Invloed van Afrikaans op Zuid-Afrikaans Engels | De Reformatie in de Nederlanden | Op besoek by die Boere-Sports in Patagonië, Argentinië | De Vlaamse Beweging en de (toekomstige) macht | Verengelsing in Nederland en Suid-Afrika" | Afrikaans, die Sondebok | Leiden, een Heel-Nederlands succesverhaal | Zuiderse kijk op de Nederlanden | Nederlandse handelscompagnies (1602-1795) en verbreiding v/d Nederlandse taal en cultuur | Groen van Prinsterer en de Scheuring van de Nederlanden | Die trotse honderdjarige gemeenskap van Afrikaners in Argentinië (1902-2002) | De Engelse ziekte van Tijdschrift Cosmopolitan | Van der Postgastehuis in Philippolis, SA | Pieter Geyl in Zuid-Afrika | Kleurryke en Kultuurryke Nederland; Kleredragte | De Nederlanden in de 21ste eeuw | De herrijzenis van een vertrapte taal en cultuur | "Er zijn geen Belgen!" | Bijdrage van de Stichting Taalverdediging aan De Roepstem | Frans Vlaanderen | Prof. dr Geyl: "Zuid-Afrika in Heel-Nederlands verband" | Groot-Nederland versus Heel-Nederland? | Taalverslapping is Taalverloedering | Afrikaans - Nederlandse Valse Vrienden | De Nederlanden in het Verenigd Europa | Boere-oorlog: Generaal De Wet Herdenking in Nederland | ANC-cultuurimperialisme bedreigt Afrikanercultuur | Paul Kruger en zijn Volk | "Julle Nederlanders vermoor julle eie taal!" | Afrikaans-Nederlandse opmerkelijke verschillen | De twee Nederlandse Volksliederen | Die Suid-Afrikaanse Volksliedere | Die Vlaamse Volkslied; De Vlaamse Leeuw | Die Volkslied 'Die Afrikaanse Leeu' | Het Wilhelmus; volledig en oorspronkelijk | Het Surinaamse Volkslied | Deel I Discussie: Prof. P.C. Paardekooper | Deel II Discussie: Hans van Zelsts Reactie | Deel III Discussie: Reactie Van Oostrum op Van Zelst en v.v. | "Die Genootskap van Regte Afrikaners" | Introduction to Afrikaans and the Discrimination it faces (English) | The United Europe as an Antidote to a democratic Nation-State in the Ideas of F. Nietzsche (English) | Holland and its People; ingescand boek van Edmondo de Amicis (English) |




    Hierdie artikel is op Die Roepstem gepubliseer op Sondag 4 Desember 2011.



    Na die Roepstem Hoofbladsy
    Naar Thuisbladzijde


    of:

    Naar boven


    eXTReMe Tracker