DE ROEPSTEM - DIE ROEPSTEM
Naar Thuisbladzijde
|
Inhoud - Ten geleide - De De la Rey-generasie - Vraaggesprek bij RSG Nuus - Discriminatie bij tv-omroep - Lang interview bij RSG - Interview bij Radio Pretoria - Het Kerkplein in Pretoria - Daverende energie bij Solidariteit - Conferentie bij Orania - Gezelligheid en gastvrijheid in Orania - Wat kunt U doen? - Bezoeken in Nederland en België |
Auteur: Marcel Bas. (Foto door Cam-Ra Produksies, in oude centrum van Port Elizabeth) |
In de afgelopen
zomer (2007) ben ik voor de derde keer in drie jaar op reis geweest in het land aan de Kaap. Ik heb er onder meer Orania bezocht: een dorp in de Bo-Karoo (een aride gebied in de Noord-Kaapprovincie) dat in 1992 door Afrikaners is opgekocht en tegenwoordig een veilige haven is voor zo'n 648 Afrikaners en hun taal en cultuur, waar de mensen werken en een leven leiden binnen een volkseigen gemeenschap zonder onveiligheid en achterstelling. Jaarlijks groeit het dorp met 12%, tussen medio 2006 en medio 2007 is het dorp gegroeid van 532 naar 648 inwoners en het is inmiddels ook een ontmoetingsplek voor identiteitsbewuste intellectuelen en andere belangstellenden die er niet wonen. Hieronder doe ik verslag van mijn belevenissen in Zuid-Afrika, vooral op het
gebied van de ontwikkelingen rond het Afrikaans en de positie
van de Afrikaanstaligen in de samenleving. In vergelijking met drie jaar geleden is er een duidelijke, hernieuwde belangstelling voor de eigen identiteit waar te nemen, die niet gespeend is van de nodige trots op het eigene!
Thans kan Liesl haar televisieprogramma's, muziekervaring en monteerbekwaamheden echter niet meer bij de staatsomroep SAUK (thans SABC, maar daar doe ik niet aan mee) kwijt omdat zowel zij als haar zakenpartner blank zijn. Deze curieuze achterstelling en gevolglijk verlies aan vakkennis past in het discriminerende systeem van door de staat afgedwongen ‘regstellende aksie’. Daarover later meer. Het zoeken is nu naar andere media, o.a. in Nederland en Vlaanderen. Ondertussen zijn de Zuid-Afrikaanse publieke media op hun retour. Managers die te veel de 'oude orde' vertegenwoordigen (die dus blank zijn) worden vervangen door van overheidswege aangestelde nieuwe managers die dikwijls geen kennis van zaken hebben, of de 'oude' managers en werknemers wordt het werk onmogelijk gemaakt zodat ze uit zichzelf weggaan. Geregeld nemen complete afdelingen ontslag omdat de werksfeer verziekt is. U kunt zich voorstellen wat een aderlating dit is voor de vakkennis in dit bedrijf. De corruptie tiert er welig, het hebben van de juiste netwerken is belangrijker dan bekwaam zijn, programma's moeten een goeie dosis ANC-propaganda bevatten, enz. U kunt wel raden tot welke bevolkingsgroep deze onbekwame, nieuwe managers behoren. Wat telt is dat ze African zijn. Lang interview bij Radio Sonder Grense Later die avond togen Frans de Klerk en ik naar de radiostudio van Radio Sonder Grense van dezelfde publieke omroep SAUK/SABC (Suid-Afrikaanse Uitsaai Korporasie/South African Broadcasting Corporation) in Johannesburg, Aucklandpark. Mijn goeie vriendin Renske Jacobs had me in Nederland uitgenodigd om rechtstreeks in haar nachtprogramma Deurnag met Renske te praten over De Roepstem, over de Nederlandse en Afrikaanse taal, over organisaties zoals Taalverdediging en over identiteit in Nederland en Zuid-Afrika. Eerder dit jaar, in april, was ik al eens telefonisch te gast in haar middagprogramma Tjailatyd om te praten over De Roepstem en over de Boere in Argentinië.
En ook dit nachtelijke interview met Renske Jacobs getuigde van een zeer open debatcultuur zonder de belerende of ongefundeerd afwijzende bijklank zoals we in Nederland of in het Zuid-Afrika van tot drie jaar geleden gewend zijn. Renske praatte maar liefst twee uren met ons, terwijl mensen konden inbellen en ons in de uitzending vragen stellen. Het eerste uur was voornamelijk aan mijn taalkundige achtergrond en aan mijn acties en visies als - onder meer - initiatiefnemer van De Roepstem gewijd, en het tweede uur was voornamelijk gewijd aan de openbare functie van Frans de Klerk als uitvoerend hoofd van de Oraniabeweging, aan zijn Afrikanerdorp Orania, dat al sinds 1992 een veilige haven is voor Afrikaners en hun cultuur, en aan de op stapel staande conferentie over identiteitspolitiek op 11 augustus 2007, waar ik ook zou spreken. De sfeer en de gesprekken waren opgewekt, doch niet zelden diepgravend. De controverse werd niet geschuwd, en lastige vragen ook niet. Er heersen nogal wat vooroordelen over Orania, en Frans kreeg volop de kans die vooroordelen te logenstraffen. Het was een fantastische kans die Renske ons bood met haar eenvoudigweg nieuwsgierige vraagstelling. Na het vraaggesprek praatten we nog een uur door terwijl de microfoons uit stonden. Na afloop waren we doodop. Het was inmiddels 3 uur 's nachts en we waren al 22 uur actief geweest. Vraaggesprek bij Radio Pretoria De volgende ochtend hadden we in Pretoria, bij het Voortrekkermonument, een afspraak bij Johann Rossouw en Danie Goosen. Zij leiden de FAK (Federasie van Afrikaanse Kultuurverenigings) en het FAK-tijdschrift Die Vrye Afrikaan. Hun kantoor is een prachtig gebouwtje met houten lambrisering aan de buitenkant, dat in een fraai tuintje met aloë's en euphorbia's gebouwd is. Deze twee filosofen - hun collega, filosoof Pieter Duvenage, was niet aanwezig - beschouwen zich binnen de huidige Zuid-Afrikaanse constellatie als linkse denkers, en de behoudende, op macht en zelfverrijking beluste ANC-kopstukken als rechts. Zij putten hun inspiratie uit het gemeenschapsdenken als alternatief voor de massademocratie, overmacht van de staat en het massadenken van huidige regering. De huidige regering staat een overmacht van het Engels als Zuid-Afrikaanse voertaal voor. Verder koesteren de mannen van de FAK een haast anarchistisch wereldbeeld. De logge en discriminerende Staat maakt hen opstandig en buitengewoon kritisch ten opzichte van dit instituut. Zij laten zich inspireren door linkse en rechtse filosofen, van Régis Debray en Alain de Benoist tot Christopher Lasch en Charles Taylor. Allen gemeenschapsdenkers. Groot was mijn verrassing toen ik erachter kwam dat de in het colophon van het Vlaamse nieuw-rechtse tijdschrift TeKoS van de Delta Stichting genoemde Daniel Goosen gewoon Danie Goosen is! Die Vrye Afrikaan komt driemaandelijks uit. Het is doorspekt met een interessante mengeling van communautarisme, federalisme, anti-autoritarianisme en identiteitsdenken. En spot; zeer veel bijtende en niet zelden vermakelijke spot. Dit is niet zo'n moeilijke opgave, met zo'n incompetente en zelfingenomen nomenklatoera als regering.
Later die dag waren Frans en ik te gast voor een vraaggesprek met de eerdergenoemde James Kemp voor de patriottische Afrikanerzender Radio Pretoria. Ik kende Radio Pretoria van de vele uitzendingen die ik thuis in Nederland had beluisterd via hun webstek. We hebben er onder anderen oom Clem de Klerk (de directeur van de zender) en Henk van de Graaff ontmoet. Henk is geboren uit Nederlandse ouders en hij presenteert muziekprogramma's als Dietsland - Suid-Afrika. Verder is Henk voorzitter van de Dietse Federasie; een Groot-Nederlandse organisatie met afdelingen in Zuid-Afrika en in onze eigen Lage Landen. We kregen koffie aangeboden waarop hij zich naar mij toe verontschuldigde voor de oploskoffie die Zuid-Afrikanen nu eenmaal drinken. Nou ja, de slechte smaak valt wel mee, zelfs als er chichorei-extract in zit... Eenmaal achter de microfoon met James konden wij ook ons zegje doen over taal- en identiteitspolitiek in Nederland en Zuid-Afrika, en over Orania. Ik kon o.a. zeggen dat de Nederlandse taal op universiteiten en in grote bedrijven niet geleidelijk word afgeschaft door een vreemd volk (zoals in Zuid-Afrika het geval is), maar door de eigen mensen en door de door het eigen volk gekozen regering. Verder gooide ik een knuppel in het hoenderhok door te zeggen dat wat mij betreft - en wat vele Nederlanders betreft - een Boer hetzelfde is als een Afrikaner. De term Boer wordt in Nederland echter veelal geassocieerd met het verleden, en de term Afrikaner is thans meer in zwang. Ook in Zuid-Afrika. Ik ken uiteraard de achtergronden van deze twee termen en ik ben me bewust van de gevoeligheid die erachter ligt. De luisteraars van Radio Pretoria beschouwen zich meestal als Boeren; de definitie van Boer verschilt nogal, maar meestal zijn Boeren conservatieve, godsvruchtige, naar de Boerenrepublieken verlangende Afrikaners wier voorouders Voortrekkers uit de 19de eeuw waren, en Afrikaners zijn 'de rest' van de Afrikaanssprekende blanken, terwijl allen dezelfde Kaapse voorouders hebben, zeer velen ook Voortrekkervoorouders hebben, allen dezelfde taal spreken, allen meestal Hervormd of Gereformeerd zijn, enzovoorts. Mijn achterliggende boodschap was dan ook dat het Afrikanervolk te klein is om zo verdeeld te zijn en andersdenkenden uit te sluiten en een nieuwe antropologische indeling op het eigen volk af te dwingen om de eigen rechtgeaarden van de minder gedecideerden te kunnen onderscheiden. Alsof het ideologische verschil tussen rekkelijken en preciezen zó diep doorwerkt dat het definitieve etnologische gevolgen heeft en er dus binnen een eeuw een nieuw volk ontstaan is. Het is niet meer dan een ideologisch verschil, denk ik. Persoonlijk denk ik dat de nood waarin het Afrikanervolk verkeert te groot is om aan zulke navelstaarderij te doen. Ze kunnen zich niet veroorloven op zo'n manier verdeeld te zijn. Een verzwakt volk is gefundenes Fressen voor de ANC-kliek. Verschillen in ideeën kunnen best, maar verzwak je volk niet door zijn kracht en identiteit middels een herdefinitie met de helft te reduceren. Zei Marnix van Sint Aldegonde over de Nederlanden al niet: "'t Is te cleen om ghedeelt te blyven"? Het Kerkplein in Pretoria De rest van de dag stond in het teken van... dingen doen zonder dat het hoeft. Ik ben met Frans naar het centrum van Pretoria gegaan. Daar hebben we de prachtige Ou Raadsaal aan het Kerkplein bezocht, dat vroeger de Volksraadsaal (parlement) van de Transvaalse Republiek was.
Hierna nuttigden Frans en ik een drankje op het terras van Café Riche aan hetzelfde Kerkplein, terwijl we genoten van uitstekende Nederlandse sigaren, die ik als cadeau aan Frans had meegebracht. Aan de tafel naast ons zat er een Nederlands reisgezelschap met een uit Nederland afkomstige reisgids. 's Avonds heb ik in Johannesburg een vriendin uit Port Elizabeth, Dinette, bezocht. Zij heeft zoals zo vele jonge, ambitieuze Afrikaners de rustige, grazige velden en de Victoriaanse gebouwen van de Oost-Kaapse kust verruild voor de ommuurde woningen en de carrièremogelijkheden van Johannesburg. Frans was zo vriendelijk mij vanuit Pretoria helemaal naar Johannesburg te brengen. En terug. De daverende energie van Solidariteit en Afriforum Mijn reis had Port Elizabeth en de Rhodes Universiteit in Grahamstad als hoofddoel. Van de laatste week in juli tot de derde week in augustus verbleef ik in Port Elizabeth. Daar heb ik vrienden en kennissen bezocht en heb ik op de boerderij van mijn goede oude vriend Frank enkele weken doorgebracht, evenals vorig jaar, het jaar dáárvoor en vier maal in de negentigerjaren. Evenals vorige jaren heb ik echte Nederlandse en Indische gerechten voor de vriendenkring in Port Elizabeth bereid. Het bezoek aan Port Elizabeth werd onderbroken door een zogeheten bosberaad – een besloten vergadering – van de vakbond Solidariteit, in het jachtgebied Kokoriba in de gemeente Brits, ver in het noorden; in de oude Transvaal. Dirk Hermann, de vice-voorzitter, liet mij vanuit Port Elizabeth overvliegen naar deze fascinerende vergadering in het Transvaalse bosveld omdat hij zijn organisatie wou laten zien hoe identiteit ook in Europa weer een belangrijk thema is. En wat een zelfverzekerdheid trof ik daar aan! Zo veel jonge mensen! Zo veel humor! Zo veel belangstelling voor het Nederlandse stamland! Ik heb er mensen als Kallie Kriel (voorzitter van Afriforum; een politieke, aan Solidariteit gelieerde pressie- en lobbyorganisatie) en Jaco Kleynhans (een politicoloog die in de Verenigde Staten onderzoek heeft gedaan naar de opkomst van het neoconservatisme) ontmoet. Let wel, we hebben het over een vakbond met 130.000 voornamelijk Afrikaner leden (en er zijn zo'n 3 miljoen Afrikaners in Zuid-Afrika), die heel rap groeit en opkomt voor de gemeenschappen waartoe hun leden behoren, die opkomt voor de eigen taal en die tegen de verdrukking in de regering regelmatig op het eigen wanbeleid wijst en die succesvolle rechtszaken tegen positieve discriminatie voert. Deze 'positieve discriminatie' heeft tot gevolg dat er elk jaar vele vakbekwame Afrikaners op straat komen te staan waarna zij als berooide stumpers door het leven moeten gaan. Let wel, het gaat hier om onze volksbroeders. Het aantal armblankes groeit rap. Om die mensen tegemoet te komen heeft Solidariteit al geruime tijd geleden een succesvolle humanitaire organisatie - Helpende Hand Fonds in het leven geroepen. Helpende Hand helpt de arme Afrikaners in hun levensonderhoud. Net als het Helpmekaar in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Dit kan geen toevallige naamsovereenkomst zijn. Ken uw klassieken. Ook heeft Solidariteit haar eigen omscholingscollege Sol-Tech opgericht: Dirk Hermann zei me dat Zuid-Afrika een groot tekort aan goed opgeleide en vaardige vaklieden heeft, maar tegelijkertijd veel Afrikaners die vanwege hun etniciteit afgedankt zijn. Sol-Tech biedt echter een wijde reeks technische cursussen aan die beschikbaar gesteld wordt aan Solidariteit-leden, maar ook voor andere mensen die tot de gemeenschap van de Solidariteit-leden behoren en een nog weinig voorhanden zijnd (want technisch-uitvoerend) maar wel noodzakelijk vak willen leren. Denk maar aan draaier, frezer, lasser, werktuigbouwkundige, enz. Aldus maken de Afrikaners zichzelf onmisbaar, en kunnen bedrijven niet anders dan deze nieuwe opgeleide mensen (voornamelijk Afrikaners, dus) aannemen omdat de overige volkeren beroepen als draaier en frezer niet zien zitten. De bedrijven in kwestie hoeven dan niet te gehoorzamen aan het discriminerende staatsbeleid van rassenquota waarbij de Afrikaners en andere blanken het onderspit delven (als je te veel blanken in je bedrijf hebt, dan moet je een hoge boete betalen). Maar een technisch bedrijf kan immers niet zonder kundige vakmensen. Als een bedrijf enkel kan overleven dankzij voldoende vakkundige Afrikaners, dan zal de staat gedwongen zijn voor het bedrijf in kwestie een ontheffing van de quotumdwang in te stellen. De Afrikaner aanbieden als onmisbare bijdrage aan de samenleving: een buitengewoon slimme en krachtige actie van Solidariteit! Als bedrijven blindelings zouden doen wat de overheid probeert, dan zouden ze niet aan de vraag naar productie kunnen voldoen, en failliet gaan. Met Sol-Tech toont de organisatie aan dat het staatsbeleid van achterstelling van de Afrikaner niet deugt. Bovendien is het een edelmoedige daad voor je eigen mensen op te komen als je ze ziet verkommeren. Of men het nu wil of niet, de Afrikaners zijn een volk, evenals de Nederlanders, Duitsers en Tsjechen. Het enige verschil is dat de Afrikaners een volk zonder staat zijn en dus nauwelijks in het landsbestuur zijn vertegenwoordigd (dat dicteren nu eenmaal de kwantitatieve en duidelijk niet kwalitatieve wetten der democratie). Daarom zijn organisaties en instellingen als Solidariteit en Orania onontbeerlijk voor het overleven van de Afrikaner als (cultuur-)volk binnen een dicriminatoire, ongeïnteresseerde massastaat als de Zuid-Afrikaanse. In het kader van de groei van zijn succesvolle organisatie had Hermann net zijn boek Die Keiser is Kaal - Waarom regstellende aksie misluk het (2007) laten uitbrengen. Hermann zei me enkele weken later in Nederland dat zijn boek in september in Kaapstad zou worden gelanceerd. Dit gebeurde, net nadat Hermann in het parlement gesproken had en daar een regeringsrapport over de resultaten en noodzaak van positieve discriminatie kritisch had onleed en met de grond gelijkgemaakt. Er zaten zo veel haken en ogen aan het rapport, dat het niet wetenschappelijk maar wel tendentieus te noemen was. Opmerkelijk genoeg werd in het rapport zelf dan ook gesteld dat het geen wetenschappelijk rapport is. Wat is dan nog de waarde van het rapport? Een morele? Een politiek correcte? De mediabelangstelling was dan ook groot voor Hermann, een maand na dit bosberaad. Na afloop van het bosberaad hebben we een heerlijke braai gehad rond het kampvuur in dit jachtgebied. Conferentie in Orania: Identiteitspolitiek Dit brengt ons meteen bij het laatste stadium van mijn bezoek: de conferentie op 11 augustus 2007 met het thema ´Identiteitspolitiek: ´n probleem of ´n geleentheid?´ Sprekers waren de hierboven genoemde filosoof Johann Rossouw van de FAK en Die Vrye Afrikaan, de ook hierboven genoemde theologisch filosoof prof. Danie Goosen, ikzelf, Johan Deckmyn, William Langeveldt (stuwende kracht achter de KhoiSan-beweging en lid van de 185-Commissie voor Minderheidsrechten), dr. Mongezi Guma (voorzitter van dezelfde 185-Commissie) en Carel Boshoff IV, (filosoof en zoon van de oprichter van Orania; diezelfde dag gekozen tot voorzitter van de Oraniabeweging, waarin hij zijn terugtredende vader, de bekende prof. Carel Boshoff opvolgt). We leerden elkaar allemaal goed kennen in het met Delfts Blauw versierde Orania Gastenhuis tijdens een diner aan de vooravond van de conferentie, waar ook Pieter Duvenage (senior docent filosofie aan de Monash Universiteit), prof. Piet Strauss (moderator van de Nederduits Gereformeerde Kerk), de echtgenote en kinderen van Johann Rossouw en Ebert Terblanche (een zeer vriendelijke, jonge, libertarisch denkende, enthousiaste nieuweling in het dorp, maar al lang actief lid van de Oraniabeweging) aan onze tafel zaten. Ik noem nog eens Johan Deckmyn: Johan was evenals ik een buitenlandse spreker. Hij is een echte Gentenaar en Vlaams parlementariër voor de politieke partij Vlaams Belang. Hij gaf tijdens de conferentie een overzicht van de Belgische politieke ellende en de Vlaamse strijd tegen verfransing, de betekenis van het Leterme-effect, het einde van de Belgische staat, en ik gaf in mijn toespraak een chronologisch-filosofisch overzicht van de Nederlandse psyche m.b.t. identiteit en het complex dat we aan identiteit hebben overgehouden.
Moet de Afrikaner weer in staat gesteld worden de situatie beter te maken voor de minderheidsvolkeren? Aldus filosofeerde Carel iv Boshoff in zijn redevoering over de Afrikaner na Apartheid, die hij "Die Derde Afrikaner" noemt. De Eerste Afrikaner was de sukkelende maar trotse Afrikaner van voor de machtsovername in 1948, de Tweede was de trotse en verwende Afrikaner van 1948 tot 1991, en de Derde Afrikaner leeft nu; hij moet, ontdaan van alle macht en eigenlijk in een evenzo penibele situatie als tussen 1901 en 1948, zijn draai weer vinden. Dit waren enkele gedachten die de revue passeerden. De filosofen zijn zich er in ieder geval duidelijk van bewust dat Orania een goed voorbeeld is van hoe je je als identiteitsgroep kunt ontwikkelen binnen een beginsel van 'soevereiniteit binnen eigen kring' - overigens conform grondwetsartikel 185 dat ook territoriale voorzieningen treft voor culturele minderheden.
Na afloop riep Carel iv Boshoff mij naar een cameraploeg van de SAUK, waar ik om en om in het Afrikaans en in het Nederlands voor het televisiejournaal van zeven uur mocht uitleggen wat het belang is van veeltaligheid en taalbehoud in een toenemend globaliserende wereld. Verder mocht ik verduidelijken wat mensen zo aantrekt in het Engels als voertaal binnen bedrijven en universiteiten in een land als Nederland. Later die maand besteedde de bekende historicus en publicist Jaap Steyn in dagblad Beeld aandacht aan de conferentie en Johans en mijn stellingen; Afrikaner-wees is weer in die mode. Steyn zegt in zijn artikel van 15 augustus 2007 onder meer: "Identiteit is weer ’n vraagstuk in baie lande. 'Europa in sy geheel bevind hom in ’n identiteits- en geloofskrisis,' het ’n Nederlandse taalaktivis, mnr. Marcel Bas, op die Orania-beweging se konferensie oor identiteitspolitiek gesê." Steyn vervolgt, over het nieuwe enthousiasme in Zuid-Afrika over de eigen identiteit: "Dié soort geesdrif is ’n voorwaarde vir welslae in identiteitspolitiek. Minstens drie maniere is op die konferensie geopper vir die verdediging van Afrikaneridentiteit teen vyandige maghebbers." "Die eerste is die voortsetting van die taal- en kultuuraktivisme. Aksies soos hofsake oor skooltaalbeleid, petisies en optogte moet voortgaan. Die lesing van die Vlaamse parlementslid mnr. Johan Deckmyn impliseer aktivisme." "Marcel Bas maak melding van nog ’n soort aktivisme. In Nederland het die meeste politici, selfs van die heel linkse Socialistische Partij, besluit om ’n nasionale museum te bou en ’n nuwe nasionale geskiedenis te laat skryf 'om ons jong mense trots en bewus te maak van hul nasionale identiteit”." "Die voorsitter van die FAK, prof. Danie Goosen, het ’n tweede wyse van verdediging genoem: Afrikaners behoort dit te oorweeg om 'die beperkte maar geensins negeerbare moontlikhede' te ontgin wat art. 185 van die Grondwet skep, en hulleself in ’n federale raad van verteenwoordigers te beliggaam." "'Indien Afrikaners werklik daarin slaag om ’n raad tot stand te bring wat demokraties begrond en inklusief van aard is, kan dit hulle in staat stel om op gekoördineerde wyse strategiese inspraak in dinge soos veiligheid, die onderwys, die universiteitwese, die arbeidswese en internasionale betrekkinge te verwerf'." "Dit is dus ’n Afrikanerraad naas die aangekondigde Afrikaanse taalbelangeraad; art. 185 gaan immers oor die bevordering van die regte van taal-, godsdiens- én kultuurgemeenskappe." "Die derde soort verdediging is ’n uitvloeisel van die aard van die eenheidstaat. Die Britse sosiolinguis Peter Trudgill skryf dat ’n eenheidstaat die bestaan van verskillende taalidentiteite as onwenslik of gevaarlik beskou. Minderhede soek dikwels na alternatiewe." "Goosen het voorgestel dat Afrikaners instellings skep wat hulle “in staat” stel (’n woordspeling van Carel Boshoff IV) om op sinvoller wyse vir hulleself in te tree as tans. Daarmee 'kan Afrikaners kompenseer vir die relatiewe verlies aan staatlike beliggaming waaronder hulle tans gebuk gaan'." "Dis versigtig gestel, maar hy sal ook aan Orania gedink het." De aandacht die Jaap Steyn als bezoeker aan de conferentie besteedde was voor mij persoonlijk bijzonder omdat ik het gedegen onderzoekswerk van Steyn al vele jaren bewonder. Ik heb hem dan ook tijdens de pauze tussen twee toespraken mogen ontmoeten. De toespraak die ik tijdens de conferentie heb gehouden is integraal te lezen op de webstek van Orania (www.orania.co.za) bij ´In Diepte´, maar hij staat inmiddels ook op deze webstek, Die Roepstem: Identiteitspolitiek in Nederland. Een sterk gereduceerde, eigenlijk 'embryonale' vorm van deze toespraak heb ik ook à l'improviste gehouden op het bosberaad van Solidariteit. Orania is een bijzonder dorp: mensen komen er in de eerste plaats wonen omdat ze veiligheid, geborgenheid en een volkseigen omgeving willen hebben (zoals Nederlanders en andere volkeren deze
Orania is meer dan een dorp: de rol van Orania wordt steeds groter binnen Zuid-Afrika omdat het dorp toenemend de rol van Afrikaner cultuurreservoir en plek van debat wordt voor mensen en organisaties die zich bezighouden met het cultuur- en identiteitsvraagstuk in deze postmoderne tijden. Hierin ontstijgt Orania zijn hoedanigheid als Afrikaner gemeenschap: wie wil zien hoe een minderheidsvolk binnen Zuid-Afrika voor zichzelf kan beginnen, moet eerst te rade gaan bij Orania. Zo zijn er Zoeloedorpen met een soortgelijke opzet, en de kleurlinggemeenschap Eersterust, nabij Pretoria, is in juni 2007 met een delegatie op bezoek geweest om te leren van de inspanningen van Orania als een zichzelf bedruipende cultuurgemeenschap. Orania heeft sinds december 2007 een vergunning voor een eigen radiozender. En evenals vele Duitse stadjes kent Orania zijn eigen waardebonnensysteem dat als een betaalmiddel gebruikt wordt bij de middenstand in het dorp. Het is een eigen geldeenheid, zoals in de Duitse stadjes. De Ora is haar naam. Een van de opmerkelijke maar nog niet gerealiseerde projecten is de totstandkoming van een Afrikaner bibliotheek met Afrikaans- en Nederlandstalige boeken. Elke hulp vanuit Nederland is hierbij welkom! Gezelligheid bij de gastvrije mensen in Orania Na afloop zijn Johan Deckmyn, Carel iv Boshoff, Ebert Terblanche, James Kemp (van de radio) en ik met de heren van de FAK en anderen, zoals de eerdergenoemde filosoof Pieter Duvenage en enkele inwoners van Orania, verder opgetrokken. We hebben een belangrijke rugbywedstrijd gezien bij de ouders van de hierboven genoemde Kallie Kriel van Afriforum. Blou Bulle tegen de Cheetahs. Ik kende de spelregels van rugby niet: Pieter Duvenage legde mij ze uit, maar als ondersteuner van de Blou Bulle was zijn informatie doordrenkt van partijdigheid! Dit leidde tot de nodige hilariteit. Later die avond hebben we de rockconcerten "Stop die Moorde!" van o.m. de groepen Beeskraal en Adam Tas in de Gemeenskapsaal bijgewoond. De biertjes van het merk Windhoek Lager smaakten ons ondertussen prima. "Stop die Moorde!" is een initiatief van rockbands om een protest tegen de gewelddadige misdaad en de systematische moord op de Afrikanerboeren in het land te laten horen. Voordat het concert begon voerde Kallie een vader op het podium, die zijn vrouw en kind verloren had aan een rover die gericht op hen schoot: de kogel ging door het kind, en toen door de moeder. In normale situaties zou een kind veilig op de moederschoot zijn... Dit soort hartverscheurende moorden zijn dagelijkse realiteit in Zuid-Afrika. Ik logeerde bij de hierboven genoemde Ebert Terblanche. Met James en Ebert sloten Johan Deckmyn en ik de laatste avond in Orania af ten huize van Frans de Klerk en zijn echtgenote Roelien. Roelien is begaafd goudsmid, en een zeer vriendelijke gastvrouw voor in den vreemde verloren Hollanders en Vlamingen als wij. Een goed wijntje, muziek van Edith Piaf en mijn geschenk
De volgende dag werden we getrakteerd door de Orania Beweging op een goed ontbijt; nog eens met alle sprekers aan een gemeenschappelijk maal gezeten, en met enkele mensen van de Orania Beweging. Daarna ben ik meegereden met James Kemp, naar Johannesburg. Enkele maanden nadien zou James zijn baan bij Radio Pretoria opzeggen, in Orania komen wonen en fractiemedewerker in Kaapstad worden voor de politieke partij Vryheidsfront Plus (van Pieter Mulder). Wat kunt u doen? Ook als u niet in Orania woont, kunt u betrokken raken bij deze gemeenschap, die niet alleen een dorp is, maar ook een culturele organisatie is en goed werk doet, bijvoorbeeld onder arme Afrikaners via de stichting Helpsaamfonds van Amanda Smith. De cultureel-maatschappelijke organisatie krijgt zijn fondsen van de lidmaatschapsgelden van de eerder genoemde Orania Beweging. Voor een luttel bedrag per maand kunt u bijdragen aan deze organisatie en de betekenis die ze inmiddels heeft gekregen voor de Afrikanergemeenschap in Zuid-Afrika. Bezoek gerust de webstek van de Orania Beweging: www.orania.co.za. Als u tweedehands of eerstehands boeken beschikbaar hebt voor de Afrikaans- en Nederlandstalige bibliotheek in Orania, dan kunt U mij via het hieronder getoonde e-postadres en telefoonnummer bereiken. Ik zal ervoor zorgen dat de boeken bij het project terechtkomen. Bezoeken in Nederland en België Er valt heel wat te vertellen over deze interessante maand; het was al met al een fascinerende tijd, en ik hoop dat de Afrikaners een nieuwe tijd vol van enthousiasme en trots tegemoet gaan met deze hernieuwde belangstelling en kracht. Het was een eer dit van nabij te hebben mogen meemaken. Enkelen van de bovengenoemde mensen van de organisaties hebben mij inmiddels met een tegenbezoek vereerd, en in november hebben ik met Nederlandse belangstellenden - in samenwerking met tijdschrift Bitter Lemon een Nederlands-Zuid-Afrikaanse filosofische avond in Leiden georganiseerd. Vele bezoeken over en weer zullen volgen. Bent U geïnteresseerd in deze ontwikkelingen en wilt U met anderen de Zuid-Afrikaanse mensen vanuit deze brede beweging ontmoeten als ze de Lage Landen bezoeken? Schrijft u dan naar De Roepstem: roepstem@hotmail.com. U kunt ook bellen met het telefoonnummer (+31)6-28530402. Gebruikt U deze contactgegevens ook om mij te bereiken voor uw bijdrage aan de Afrikaans-Nederlandse-Vlaamse Oraniabibliotheek. Hier volgen nog documenten die verband houden met deze reis: Marcel Bas, Voorschoten. |
Wilt U reageren? U kunt De Roepstem een e-mail sturen:

